Synoniemen van afstaan

2019-11-18

afstaan

afstaan - onregelmatig werkwoord uitspraak: af-staan 1. aan iemand overhandigen die het mag houden ♢ hij heeft geld afgestaan voor het goede doel Onregelmatig werkwoord: af-staan ik sta af (... ik afsta) jij/u staat af (... jij afstaat) hij/zij staat af (... hij afstaat)

2019-11-18

afstaan

afstaan - Werkwoord 1. (ov) uit handen geven Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel. 2. (inerg) ~ van: zich op een afstand bevinden Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur? Woordherkomst samenstelling van af(bijwoord) en staan(werkwoord) Uitdrukkingen en gezegden ♦ ver afstaan van iets

2019-11-18

afstaan

Van een slag: de slag door de tegenpartij laten maken. Zie ook: afgeven

2019-11-18

AFSTAAN

(stond af, is en heeft afgestaan), van iets verwijderd staan sta van die deur af, ga weg van die deur; — (fig.) met iets niet voortgaan, het opgeven, laten varen staat af van uw roekeloos bestaan sta van uwe dwaling af; (dicht.) leer uwe deugden recht beschouwen: ken het valsche zelfbetrouwen: sta van dezen afgod af; — van iets af staan, ongaarne afstand doen van, zijne aanspraak laten varen: ’k sta van mijne aanspraak af; de dood staat van haar prooi niet af; thans vooral zijne bezittinge...