2019-11-16

Afnokken

Afnokken - ophouden met werken. Van Eng. to knock off. Zie havenjargon.

2019-11-16

afnokken

afnokken - regelmatig werkwoord uitspraak: af-nok-ken 1. niet meer doorgaan ♢ hij is allang afgenokt met deze klus Regelmatig werkwoord: af-nok-ken ik nok af (... ik afnok) jij/u nokt af (... jij afnokt) hij/zij nokt af (... hij afnokt) wij/zij/jullie n...

2019-11-16

afnokken

afnokken - Werkwoord 1. ergatief (informeel) weggaan, ophouden En daarna was hij afgenokt. Woordherkomst samenstelling van af(bijwoord) en nokken(werkwoord); leenvertaling van Engels 'to knock off' Synoniemen aftaaien

2019-11-16

afnokken

ophouden met werken; aftaaien, vertrekken, weggaan In 1906 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. In 1921 werd de zwerver en straatmuzikant Cornelis de Gelder (1856-1922), beter bekend als ‘Had-je-me-maar’, in de gemeenteraad van Amsterdam gekozen. Daardoor waren er in dit gremium ‘eenige volkswoorden’ te horen die normaal alleen op straat klonken, zo meldde het tijdschrift Amstelodamum in 1921. Als voorbeelden noemde het tijdschrift onder meer majem voor ‘w...