Wat is de betekenis van afgod?

2024-06-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

afgod

afgod - Zelfstandignaamwoord 1. een andere god dan de ene God; een "valse" god Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen. 2. iemand of iets wat als een god vereerd wordt Zijn vrouw is zijn afgod. ...

2024-06-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Afgod

een valse godheid; in het gewone spraakgebruik vaak een persoon die op overdreven wijze wordt vereerd of nagevolgd, een idool.

2024-06-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

afgod

zie afgunst

2024-06-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

afgod

vals god; voorwerp wat hartstogtelik bemin (vereer) word.

2024-06-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Afgod

s., ôfgod.

2024-06-25
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Afgod

m. (-en), 1. werkelijk of denkbeeldig wezen, in plaats van de enig ware God als godheid aangebeden oo vereerd, valse godheid 2. concreet beeld van een godheid; 3. (fig.) iem. tot zijn afgod maken, Hem aanbidden, in hoge mate liefhebben, buitensporige eerbied betonen; — in ongunstige zin: een afgod van iets maken, er mee dwepen,...

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

afgod

m. -goden. lit. t. afgoôn, 1. valse god, niet-god: de Philistijnen vereerden afgoden; 2. iem. of iets, dat zeer bemind, geëerd wordt: gunstig: het jongste kind was de afgod der familie; ongunstig: het spel werd zijn afgod; afgodje, o. -s; ook, afgoodje, o. -s.