Wat is de betekenis van aantal?

2023-12-02
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

aantal

aantal - Zelfstandignaamwoord 1. een onbepaalde maar telbare hoeveelheid Een aantal mensen was niet gekomen naar het feest. Woordherkomst Ontleend aan Duits Anzahl Verwante begrippen enige, enkele, sommige, groep, hoeveelheid, getal, tellen, kwantiteit, oplage, wat

2023-12-02
Woordenlijst leerling en leerkracht

WizWijs (2017)

aantal

Aantal is een synoniem van hoeveelheid.

Direct alle resultaten bekijken?

Word vriend van Ensie!

2023-12-02
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

aantal

aantal - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-tal 1. hoeveel het er zijn, een getal ♢ Jan heeft een aantal films gehuurd Zelfstandig naamwoord: aan-tal het aantal de aantallen ...

2023-12-02
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

aantal

- niet in aantal zijn, het vereiste aantal volksvertegenwoordigers om geldig te stemmen is niet bereikt, het quorum is niet bereikt. Maar de timing die vorige week werd afgesproken - twee dagen vergaderen en woensdag stemming - is al om zeep omdat de meerderheid niet in aantal was. - BvL, 29-01-2003.

2023-12-02
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Aantal

s.n., tal (it), oantal (it); een —, in stikmannich, -mennich; een groot in smite, kloft, kliber, macht, keppel, espel (it), leger (it), protte, boel, poarsje (it), klute, heap, rêst, soad (it), nust, bulte; in groot —, by de mannichte, mennichte, by ’t soad, by de bult; me...

2023-12-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aantal

o., een onbepaalde veelheid, uit afzonderlijke eenheden bestaande (wel te onderscheiden van getal dat de naam is van een bepaalde veelheid); zonder nadere bepaling meestal op te vatten als: vrij veel: een aantal boeken, mensen (collectief); hierdoor kwamen een aantal nieuwsgierigen te laat (elk in het bijzonder).

2023-12-02
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Aantal

(meetkunde van het) is dat gedeelte der hogere meetkunde, dat zich uitsluitend bezighoudt met de bepaling van het aantal oplossingen, dat een meetkundig probleem in het algemeen toelaat, zonder te trachten deze oplossingen zelf op te sporen. De grondslagen ener afzonderlijke methode ter berekening dier aantallen zijn gelegd door H. C. H. Schubert,...

2023-12-02
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

aantal

o. (een onbepaalde hoeveelheid met de bijgedachte aan veel, grote hoeveelheid): een - mensen, paarden, boeken; een groot -, menigte; een leger in — overtreffen.

2023-12-02
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

aantal

('a:n) o. (-len) (tellen] grote maar onbepaalde hoeveelheid : een koeien. Syn. getal, hoeveelheid, menigte, tal, veelheid.

2023-12-02
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

aantal

aan'tal, o. (-len), een onbepaalde veelheid, uit afzonderlijke eenheden bestaande; vrij veel: een — boeken, mensen (coll.); hierdoor kwam een — nieuwsgierigen te laat; (elk in het bijzonder); een —personen kreeg toestemming om ...

2023-12-02
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

aantal

Aantal - o., eene onbepaalde hoeveelheid; - het, dit grootste aantal boeken is reeds uitverkocht, een aantal lijken dekt den grond (collectief); hierdoor kwamen een aantal nieuwsgierigen te laat (elk in 't bijzonder).

2023-12-02
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Aantal

Aantal, o. gmv. menigte, hoeveelheid.