Ziekte van Alzheimer betekenis & definitie

De ziekte van Alzheimer is een ziektebeeld dat zich kenmerkt door in eerste instantie geheugenstoornissen en in een later stadium ook stoornissen in andere cognitieve functies. De meeste patiënten met dementie vallen onder dit ziektebeeld.

De ziekte van Alzheimer is vernoemd naar de Duitse psychiater Alois Alzheimer, die in 1901 deze ziekte voor het eerst wetenschappelijk beschreef. Het meest kenmerkende symptoom van de ziekte van Alzheimer is het verlies van het korte termijngeheugen. De patiënt kan geen nieuwe gegevens onthouden, maar weet verhalen van vroeger zich wel te herinneren. Een patiënt kan in verschillende stadia (I - IV) zitten, waarbij de patiënt in stadium I het minst vergevorderd is. In de latere stadia kunnen ook problemen ontstaan met: herinneringen ophalen, personen herkennen, dagelijkse gewoontes uitvoeren, emotionele omgang en spraak.

Diagnose van de ziekte van Alzheimer vindt meestal plaats via verschillende geheugentests en een uitgebreid gesprek met de patiënt en diens naaste(n) door een psychiater of geriater. Aanvullend onderzoek kan gedaan worden door scans van de hersenen te maken of hersenvloeistof te onderzoeken. Deze vorm van aanvullend onderzoek is momenteel nog duur en niet onomstreden, waardoor dit vooral nog in wetenschappelijk verband onderzocht wordt. Het is extra lastig om goed aanvullend onderzoek te doen naar de ziekte van Alzheimer, omdat men het nog steeds niet eens is over hoe de ziekte ontstaat en uitbreidt in de hersenen.

Daar het ziekteproces nog steeds niet goed ontrafeld is, blijkt ontwikkeling van medicatie voor de ziekte van Alzheimer ook lastig. Genezing of afremming is onmogelijk, waardoor begeleiding als beste optie overblijft. Herinneringen aan vroeger (muziek/foto's), goede verzorging en de patiënt stimuleren te doen wat hij nog kan, lijken een gunstig effect op diens kwaliteit van leven te hebben.