periode betekenis & definitie

Het begrip periode heeft 14 verschillende betekenissen:

1) deel van de tijd waarin een planeet of haar satelliet een baan rond een hemellichaam volbrengt; omlooptijd rond een hemellichaam
2) muzikale volzin die bestaat uit deelfrasen die men onderscheidt in voorzinnen en nazinnen; samengestelde muzikale volzin
3) periode waarin tijdelijk twee stelsels of systemen naast elkaar in gebruik zijn
4) deel van de carrière van een kunstenaar, schrijver enz. die door een bepaalde stijl of typische eigenschappen wordt gekenmerkt
5) elk van de tijdsruimtes waarin men de 4 hoofdtijdperken van de geologische tijdsschaal onderverdeelt
6) deel van de tijd met een zeer korte duur die een telkens terugkerend, hoogfrequent natuurkundig verschijnsel zoals een stroomimpuls of trilling nodig heeft om zich eenmaal volgens een vast patroon te voltrekken; tijdsruimte waarna een hoogfrequent verschijnsel in de fysica zich opnieuw voordoet volgens hetzelfde patroon
7) deel van de tijd met een korte dan wel lange duur dat men in een geschiedkundige indeling als een eenheid beschouwt op grond van kenmerkende ontwikkelingen, gebeurtenissen of gedachtegoed; tijdsruimte die men in historisch opzicht als een eenheid beschouwt
8) kort of lang durend deel van de tijd met een al dan niet nader bepaald begin en einde, dat men als een eenheid beschouwt om zijn specifieke karakter, een typerend verschijnsel of een daarbinnen vallend kenmerkend gebeuren; tijdsruimte met een kenmerkende eenheid
9) deel van de maand waarin een vrouw ongesteld is; menstruatieperiode
10) breed uitgewerkte volzin waarvan de samenstellende delen zoals voorzinnen, tussenzinnen en/of nazinnen een harmonisch geheel vormen; harmonisch geformuleerde volzin
11) elk van de wedstrijddelen waarin de speeltijd van een wedstrijd volgens de spelregels van de betreffende sport is onderverdeeld; deel van een sportwedstrijd
12) deel van de tijd met een bepaalde of goed begrensbare, korte of lange duur, louter gezien als een opeenvolging van een aantal tijdseenheden; tijdsruimte als louter duur
13) deel van de tijd met een langere, vaak in jaren uitgedrukte duur die een telkens terugkerend verschijnsel van hemellichamen nodig heeft om zich eenmaal volgens een vast patroon te voltrekken; tijdruimte waarna dezelfde verschijnselen aan de hemel zich opnieuw voordoen in dezelfde volgorde; astronomische cyclus
14) deel van de tijd in iemands leven dat zich door bepaalde leeftijdskenmerken onderscheidt; levensfase

Gepubliceerd op 30-05-2017