Wat is de betekenis van Periode?

2021
2022-01-17
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Periode

Een periode is een bepaalde tijdsduur die duidelijk of minder duidelijk is afgebakend. Synoniemen van het woord zijn tijdperk en era. "Voor hem brak een nieuwe periode aan, een periode van vrede." Dit geeft aan dat er een nieuw tijdperk voor de persoon in kwestie aanbreekt, waarin vrede centraal staat. Een periode wordt gebruikt voor een bepaalde h...

Lees verder
2020
2022-01-17
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

periode

Het begrip periode heeft 8 verschillende betekenissen: 1) tijdsruimte met kenmerkende eenheid. kort of lang durend deel van de tijd met een al dan niet nader bepaald begin en einde, dat men als een eenheid beschouwt om zijn specifieke karakter, een typerend verschijnsel of een daarbinnen vallend kenmerkend gebeuren; tijdsruimte met een kenme...

Lees verder
2020
2022-01-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

periode

(19e eeuw) (euf.) maandstonden. Eveneens in het Engels, het Duits en het Spaans. De uitdrukking komt o.a. voor bij Stoett (nr. 2082). Tegenwoordig vooral nog in Vlaanderen gebruikelijk. Voor synoniemen kijk onder bezoek*en opoe*. Uit de reclamewereld komt moeilijke* dagen. • De stonden hebben: d.w.z. de maandstonden (16de eeuw), de maandvloed,...

Lees verder
2018
2022-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

periode

periode - zelfstandig naamwoord uitspraak: pe-ri-o-de 1. reeks van momenten ♢ het was een drukke periode 2. begrensde tijdruimte ♢ gedurende een periode van twee maanden mag u hier wonen...

Lees verder
2004
2022-01-17
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

periode

Ongesteldheid. Eveneens in het Engels en het Duits. De uitdrukking komt o.a. voor bij Stoett (nr. 2082). Tegenwoordig vooral nog in Vlaanderen gebruikelijk. Voor synoniemen, kijk onder bezoek* en opoe*. Uit de reclamewereld komt ‘moeilijke* dagen’. Gepensioneerd brandweercommandant Staf weet alles van vrouwen. Zijn tweede vrouw is zeker 25 jaar jon...

Lees verder
1994
2022-01-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Periode

[Lat. periodus, van Gr. periodos, van hodos = weg] tijdvak; terugkerende groep cijfers in repeterende breuk; (grotere) volzin.

1993
2022-01-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Periode

tijdvak; omlooptijd; terugkerende groep cijfers in een repeterende breuk (wisk.); volzin

1990
2022-01-17
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

periode

periode - Te gebruiken voor een specifiek historisch of cultureel tijdvak.

1980
2022-01-17
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Periode

Het Griekse woord peri betekent: om, rondom; het Griekse hodos betekent weg. Een peri-hodos, in het Latijn: een periodus is dus eigenlijk: een omweg, een rondom-weg. In de astronomie wordt het woord periode nog gebezigd in deze betekenis. Men verstaat er onder: de cirkelloop en de regelmatige omloopstijd van een planeet. In de geschiedwetenschap is...

Lees verder
1973
2022-01-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

periode

[Gr. peri, rondom, hodos, weg], v. (-s, -n), 1. tijdvak waarna dezelfde verschijnselen in dezelfde volgorde terugkeren: de van een veranderlijke ster, van een wisselstroom; (geneeskunde) elk van de tijdperken die een ziekte achtereenvolgens doorlopen moet: de longontsteking is nog in de periode van toeneming; menstruatietijd: de periode hebben; 2....

Lees verder
1962
2022-01-17
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

periode

muzikale volzin die uit twee groepen van maten (voor- en nazin) bestaat. welke onderling met elkaar corresponderen.

1955
2022-01-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Periode

tijdvak; tijdruimte; volzin, die uit verscheidene delen bestaat; kringloop,

1954
2022-01-17
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Periode

1. tijdvak; 2. menstruatie-cyclus, zie aldaar.

Lees verder
1952
2022-01-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Periode

s., tiidrek (it), snuorje, rite.

1950
2022-01-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Periode

(<Fr.), v. (-n,-s), 1. kring of reeks van jaren, na afloop waarvan dezelfde verschijnselen in dezelfde volgorde terugkeren, tijdkring; — (sterr.) tijdruimte waarbinnen zekere astronomische verschijnselen geregeld plaats vinden; — (geneesk.) elk der tijdperken die een ziekte achtereenvolgens doorlopen moet: de longontsteking is nog...

Lees verder
1949
2022-01-17
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Periode

(Lat. penodus = Gr. periodos = omloop; < peri, + hodós = weg). Omloop; tijdsverloop waarna een verschijnsel zich op dezelfde wijze herhaalt; → periodiek.

1949
2022-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Periode

(1) (wisk.), het getal dat aangeeft met welk bedrag het argument van een periodieke of dubbelperiodieke functie moet toenemen om de functie wederom dezelfde waarde te doen aannemen; (2) (natuurk.) bij een electrische wisselstroom of wisselspanning het tijdsverloop van het ogenblik waarop stroom of spanning de waarde nul heeft, daarna de grootste po...

Lees verder
1948
2022-01-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

periode

v. 1 tijdruimte, tijdvak; 2 cijfergroep v. e. repeterende breuk; 3 grotere uit zinsneden bestaande volzin, periodiciteit, v. geregelde of regelmatige terugkeer na zekere tijdruimten.

1942
2022-01-17
Vreemde woorden in de Sterrenkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Periode

(= Lat. períodus; = Gr. periodos = omloop; < → peri-, hodos = weg). Omloop, omloopstijd; tijdsduur waarin eenzelfde, telkens op gelijke wijze terugkerend, verschijnsel verloopt.

1939
2022-01-17
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Periode

(< Gr. = rondom; = weg). Omloop; vd. omloopstijd. Vd. tijd, afstand of waarde-interval, waarna zich iets herhaalt. B.v. de periode van de functie sin v is 2TC. Ook gebruikt voor het aantal cijfers van het repetendum van een repeterende breuk.

Lees verder