Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 29-10-2020

lam

betekenis & definitie

Het begrip lam heeft 9 verschillende betekenissen:

1) jong van schapen.
jong, nog onvolwassen schaap; jong van schapen.

2) jong van geiten.
jonge, nog onvolwassen geit; jong van geiten.

3) zachtaardig persoon.
iemand die gedwee ondergaat wat anderen met hem doen; iemand die geen agressie vertoont; zachtaardig persoon.

4) verlamd.
het natuurlijke vermogen om te bewegen niet of niet meer hebbend, hetzij als gevolg van een aangeboren afwijking, hetzij door een ziekte of een ongeval; verlamd.

5) vermoeid en moeizaam bewegend.
zwaar vermoeid en daardoor moeizaam en weinig soepel bewegend, meestal door een voorafgaande grote inspanning of door gebrek aan routine en oefening.

6) lamlendig.
niet geneigd om grote inspanningen te leveren of initiatieven te nemen; inert; lamlendig.

7) buiten werking zijnde.
niet of slecht functionerend; buiten werking zijnde.

8) door iets overmand.
geestelijk of lichamelijk niet in staat om te handelen onder de invloed van heftige gevoelens, vermoeidheid, schokkende gebeurtenissen of door overmatig gebruik van alcohol of drugs.

9) wrevelig stemmend.
wrevel opwekkend door bijvoorbeeld lelijkheid, saaiheid of ongewenst gedrag; hinderlijk; vervelend.