kabeljauw betekenis & definitie

Het begrip kabeljauw heeft 6 verschillende betekenissen:

1) iets kleins groeit (niet) uit tot iets groots
2) grote vis met een baarddraad en een lichte streep over de zijkant die in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan leeft
3) aanhangers van Willem V die met de Hoeken (of Hoeksen), de aanhangers van Margaretha van Beieren, in de vijftiende eeuw om de macht streden in de Hoekse en Kabeljauwse twisten
4) vis met een spoelvormig lichaam, met weke vinstralen en meestal met voeldraden aan de bek, die behoort tot de vissenfamilie van kabeljauwen of schelvissen (Gadidae), bv. koolvis, pollak, schelvis; ook: kabeljauwachtige of schelvisachtige vis
5) iets kleins inzetten om iets groters te verkrijgen
6) smakelijke witvis die op vele manieren bereid wordt en die gedroogd de basis voor stokvis is, gezouten en gedroogd de basis voor bakkeljauw en gefrituurd verwerkt wordt tot kibbeling en (net als wijting) tot lekkerbek; kabeljauw als consumptievis

Gepubliceerd op 30-05-2017