haai betekenis & definitie

Het begrip haai heeft 7 verschillende betekenissen:

1) openingsgroet; hi; hai
2) zinken; kapot gaan of zijn; failliet gaan of zijn; mislukken; verdwijnen of verdwenen zijn; sterven
3) fel, ambitieus persoon die overal direct bovenop zit en slim en sluw en soms zelfs doortrapt is, zoals bijvoorbeeld een politicus die fel de aanval op tegenstanders inzet en op slinkse wijze mensen voor zijn karretje spant; ook: gewiekste vrouw met een grote mond; haaibaai
4) blauwige roofhaai van tussen de twee en vier meter die zich voedt met vissen, inktvis, zeevogels en kadavers van zeezoogdieren
5) grote roofhaai die leeft in koude en gematigde oceanen, die zich voedt met vis, zeeroofdieren of dolfijnen en een brede bek met rijen scherpe, driehoekige tanden erin heeft; mensenhaai
6) iemand die zeer hebzuchtig en alleen op geld belust is; geldwolf
7) zeevis zonder schubben en met een kraakbeenskelet uit de superorde van haaien; zeevis met een langgerekt lichaam die vaak scherpe tanden heeft en herkenbaar is aan zijn gevaarlijke uiterlijk en puntige rugvin

Gepubliceerd op 30-05-2017