Speltheoriebenadering van kostenallocaties betekenis & definitie

Vanuit de speltheorie kan het kostenallocatievraagstuk worden beschouwd als een game bestaande uit een coalitie van spelers die keuzes maken met betrekking tot de toewijzing van indirecte kosten.

In een organisatiecontext heeft de term “spelers” betrekking op de kostendragers waarvoor bepaalde gemeenschappelijke kosten worden gemaakt en betreft de coalitie de organisatie als geheel. De speltheorie stelt dat individuele spelers in een coalitie samenwerken indien ze gezamenlijk tot een beter resultaat komen dan alleen. Een samenwerking komt dus alleen tot stand op het moment dat geen enkele speler een stimulans heeft om de coalitie te verlaten; in dit geval wordt gesproken van een stabiele coalitie.

Er zijn twee belangrijke voorwaarden voor een stabiele coalitie: (1) aan een individuele speler mogen nooit meer kosten gealloceerd worden dan de kosten die de betreffende speler zou hebben indien er geen samenwerking zou zijn en (2) kostenallocaties dienen Pareto-efficiënt te zijn. Het laatstgenoemde betekent dat geen van de individuele spelers erop achteruit dient te gaan in het geval een andere speler erop vooruit gaat.

Al met al wordt binnen de speltheorie gezocht naar alle mogelijke kostenallocaties die leiden tot een stabiele coalitie. Naar de reikwijdte van mogelijke kostenallocaties die een stabiele coalitie opleveren, wordt in de literatuur verwezen met het begrip “core”. De core omvat meerdere mogelijke kostenallocaties en biedt dus geen eenduidige oplossing voor het allocatievraagstuk, maar een veelvoud aan allocaties die stabiliteit van de coalitie garanderen.

Een concreet voorbeeld van de speltheoriebenadering: wanneer een administratieve afdeling €50.000 alloceert aan een productafdeling voor het afnemen van administratieve diensten, terwijl dit €40.000 zou kosten als de productafdeling zelf de administratie voert, dan zal (volgens de speltheorie) de productafdeling de kostenallocatie niet accepteren.