Texel betekenis & definitie

Texel - de Texelaars zeggen Tessel - is het grootste waddeneiland. Het beschikt over 30 kilometer zandstrand en een net van wandel- en fietspaden. Op het eiland worden de meeste bijzondere vogels in Nederland waargenomen. Bezoekerscentrum EcoMare heeft daar een verklaring voor: er komen nu eenmaal meer vogelaars naar Texel dan naar andere gemeenten en samen nemen ze meer waar.

EcoMare geeft informatie over Texel, de Wadden- en de Noordzee. Onder één dak bevinden zich een bezoekerscentrum, met diashows en exposities, de eerste zeehondencrèche in Nederland (1951), een natuurhistorisch museum, educatief centrum en een vogelopvang, waar onder meer stookolieslachtoffers worden geholpen. Vaak zijn er jan-van-gents en zeekoeten te zien, soorten die normaal op open zee verblijven. Er is ook een Waterzaal met een groot zeeaquarium met vissen en andere dieren, die kenmerkend zijn voor de Wadden- en de Noordzee. Bezoekers van EcoMare hebben vrij toegang tot het 70 hectare grote duinpark, waar diverse soorten duinlandschappen te zien zijn. Er zijn wandelroutes met informatiebordjes over het planten- en dierenleven Adres: Ruyslaan 92, De Koog. Voor meer informatie over de Waddenzee zie: Rottumerplaat (Gr).

Texel is het enige waddeneiland met een eigen vissersvloot. De 35 hypermoderne Noordzeekotters vissen voornamelijk op schol en tong. Landrotten kunnen voor een rondvaart aanmonsteren, bijvoorbeeld op een garnalenkotter. De schipper vaart langs de banken waar zeehonden uitrusten en geeft uitleg over de garnalenvisserij met de boomkor. De passagiers staan er met de neus bovenop als de bemanning het zeebanket aan boord kookt en uitdeelt.

Texel is het centrum van de schapenteelt in Nederland. Op het eiland wonen meer schapen dan mensen. Het Texels lamsvlees is een delicatesse. De dieren eten gras dat door de zilte zeewind enigszins zout is. Het vlees krijgt daardoor een speciale, zogeheten pré-salé-smaak.

De schapen en de lammeren zoeken vaak beschutting tegen de wind achter de zogeheten 'tuunwoallen'. De tuinwallen komen nergens anders meer voor in Nederland. Ze zijn opgeworpen uit graszoden, smal, steil, schaars begroeid en dienen als afscheiding van percelen. In de loop der jaren spoelde de regen de voedingsstoffen eruit en ontstond er een arme bodem, waarop bijzondere planten groeien, zoals grasklokjes en Engels gras.

TIP: De perceelafscheidingen in het land van Vollenhove (O) zijn enigszins te vergelijken met de Texelse tuinwallen. Ze zijn echter beplant. Met name de meidoorn en sleedoorn geven de wallen een totaal ander aanzien.

De Zandkuil is niet alleen een van de kleinste beschermde natuurgebieden, het is ook het enige insectenreservaat in Nederland. In dit postzegeltje van nog geen 1 hectare leven maar liefst 40 soorten graafbijen en graafwespen, waaronder de gewone spieswesp, grote rupsendoder, grote roetbij, bloedbij en de uiterst zeldzame grote en donkere Texelse zandbij. Het insectenreservaat maakt deel uit van de Hoge Berg (15,3 meter) tussen Den Burg en Oudeschild.

De Zandkuil is mensenwerk. Al in 1680 werd er zand en leem afgegraven. Door de ligging op het zuiden en in de luwte van de zeewind, is de kuil 's zomers de warmste plek van het eiland. De steile hellingen zijn dus een ideale zonnebank en woonplaats voor duizenden insecten. Zij nestelen in zelf gegraven gangetjes. Daarom werd de Zandkuil voor publiek gesloten; zeer tot ongenoegen van de eilanders, want, zo schreef Jac P. Thijsse al in 1903: 'Er werd niet alleen gespeeld in de kuil. Heel wat Texelaars hebben er gevreeën.'

Achter de Oudheidkamer van Den Burg groeit en bloeit de kleinste openbare kruidentuin van Nederland. De oudheidkamer is gevestigd in het oudste pand van het eiland. Het dateert uit 1599 en deed onder meer dienst als slaaphuis voor landlopers en rusthuis voor oude gereformeerde mannen en vrouwen. De sociale functie die het pand eens had, blijkt uit het opschrift boven de deur: 'Die sijn oore stopt voort roepe der arme, God sal hem niet ontfarme.'

De Oudheidkamer bezit een fraaie collectie kunst- en gebruiksvoorwerpen, oude prenten, klederdrachten en folklore. Adres: Kogerstraat 1.

Bij de Eiland Galerie in de polder Eierland staat het enige Moai-beeld buiten Paaseiland. Het langgerekte gezicht vertoont dezelfde ietwat chagrijnige trekken als de beroemde beelden op Paaseiland. Het beeld, met de titel De dromer van Rapa Nui, is symbool voor de vriendschapsband tussen beide eilanden. Op 1 augustus 1721 verliet een vloot van drie schepen de rede van Texel op zoek naar het onbekende Zuidland en de zuidelijke doorvaart naar Indië. Zo ontdekte Jacob Roggeveen op Paasdag 1722 Paaseiland. In 1993 kwam de Moai-beeldhouwer Bene Aukara Tuki Pate van Paaseiland naar Texel, om uit tufsteen een replica van de beroemde beelden te hakken. Het staart dromerig in de richting van zijn oorsprong: Rapa Nui in de Stille Oceaan, 3700 km ten westen van Chili. Adres: Postweg 72.

Het Duitse leger capituleerde op 5 mei 1945. Maar op Texel was het oorlogsgeweld nog niet voorbij. Het eiland was de enige plek in Nederland waar de Tweede Wereldoorlog tot 20 mei 1945 doorging. Bij deze zogeheten Russenoorlog waren overigens geen geallieerde troepen betrokken. De strijd ging tussen de Duitse bezetters en het 822ste Georgische Bataljon, dat was geformeerd uit krijgsgevangenen van het oostelijk front.

Georgië was een van de laatste staten die door Rusland werden ingelijfd. De Georgiërs hadden niet zoveel op met de Russen. Omdat zij bevreesd waren voor een verblijf in krijgsgevangenschap liepen zij uit lijfsbehoud over naar de vijand. Terwijl in de Duitse krijgsgevangenkampen honderdduizenden Russische krijgsgevangen omkwamen van honger en ellende, behandelden de nazi's de Georgische hulptroepen met een zekere welwillendheid. De circa 800 Georgiërs die in februari 1945 op Texel arriveerden, kwamen in opstand toen het ernaar uitzag dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen. Zij realiseerden zich dat moedertje Rusland de verraders na terugkeer in het vaderland niet bepaald hartelijk aan haar boezem zou drukken. In de nacht van 5 op 6 april doodden de Georgiërs naar schatting 400 Duitsers. De Duitse legerleiding sloeg keihard terug. De verwoede gevechten kostten het leven aan 120 Texelaars, 565 Georgiërs en 800 Duitsers (sommige bronnen spreken van 2000 Duitsers). Een groot deel van de gesneuvelde en gefusilleerde Georgiërs vond een laatste rustplaats op de sobere begraafplaats aan de zuidzijde van de hoge Berg. De begraafplaats is genoemd naar de leider van de opstandelingen, Schwalwa Loladse. De Duitse militairen zijn in 1949 herbegraven op de militaire begraafplaats in IJsselsteijn, gemeente Venray (L).

Het Luchtvaart Museum Texel wijdt een kleine expositie aan de Russenoorlog. Verder is er aandacht voor de geschiedenis van het watervliegkamp De Mok (1917-1940). Adres: Postweg 120, De Cocksdorp.

In juni is het eiland het middelpunt van de Ronde om Texel, de grootste catamaranrace ter wereld. De ruim 700 deelnemers, onder wie veel buitenlanders, proberen dan zo snel mogelijk om het eiland te zeilen. De start is bij Paal 17. Bezoekers kunnen de spectaculaire race goed volgen bij de start, bij de vuurtoren op het noordelijkste puntje van het eiland, bij het haventje van Oudeschild en bij de finish. In september maken surfers hetzelfde rondje.

Het is het rommeligste museum van Nederland, tot de nok volgestouwd met troep die door de Noordzee op het strand van Texel is uitgebraakt. Maar dat maakt het grootste Juttersmuseum in Nederland juist tot een geheimzinnige en spannende rommelzolder en een leuke stranding van een paar uur voor het hele gezin. In het museum draait het niet om de materiële waarde van de strandvondsten, maar om de gekke, spannende, rare en soms ontroerende verhalen erachter. Zo is er bijvoorbeeld een flesje bier te zien afkomstig uit het rampschip Harold of Free Enterprise. Tussen de zee van poppen, schoenen, vistuig, brandwerende pakken, reddingsboeien, zwemvesten, blikjes en bordjes met onbegrijpelijk opschriften, kratten, manden, rotzooi van booreilanden en 3500 flessen (sommige met een briefje er in) hangt ook een roestige vogelkooi met het pluizige kadaver van een papegaai. De botten steken erdoorheen. Waarschijnlijk was een zeeman het beest zo spuugzat, dat hij het met kooi en al overboord keilde.

Op werkdagen vertellen jutters in het museum spannende en sterke verhalen. Gespreksstof is er genoeg. Neem bijvoorbeeld die Texelaar die op het strand een vat van 200 liter vond. Hij rolde het de duinen in, draaide de stop eruit en proefde. Alcohol! Pure alcohol! Het spul moest wel met de helft water worden aangelengd, anders was het te sterk om te drinken. Had de jutter dus mooi 400 liter sterkedrank. Hij nodigde iedereen uit om een borrel te komen drinken. En nog een. En nog een. Er was toch zat. Regelmatig ging hij met een melkbus de duinen in om drank te halen. Maar na een tijdje kwam er geen druppel meer uit het vat. Toch was het niet leeg. De jutter hakte het met een bijl open. Bleek er een orang-oetan in te zitten. Een aap! Op sterk water! Waarschijnlijk was dat beest voor onderzoek onderweg naar een laboratorium.

Het Maritiem en Juttersmuseum schenkt ook aandacht aan de scheepvaart in vroeger eeuwen, de visserij, het loods- en reddingwezen, de veerdienst, archeologisch onderzoek en de Verenigde Oostindische Compagnie, die Texel gebruikte om vers water in te nemen.

TIP: Op Texel kunnen excursies met een strandjutter worden gemaakt.

Op het terrein van het Juttersmuseum staat de Molen De Traanroeier. De molen werd in 1727 in de Zaanstreek gebouwd en in 1902 naar Oudeschild verplaatst. Het is de enige molen in Nederland die is gebruikt zowel voor het malen van graan, als voor de opwekking van elektriciteit (tussen 1964 en 1994). Die combinatie maakt De Traanroeier tot een uniek monument. Adres: Barentszstraat 21, Oudeschild.