Heerenveen betekenis & definitie

It Hearrenfean, zoals de Friezen zeggen, had de primeur van het eerste overdekte ijsstadion in de wereld: Thialf.

De schaatselite veroverde er menig wereldrecord, aangemoedigd door die bekende schare enthousiaste, koddig uitgedoste Oranjefans, die met hoempapamuziek, gezang, spreekkoren en spandoeken voor een weergaloze sfeer zorgen. Maar niet alleen de Nederlandse schaatscoryfee├źn kunnen op hun steun rekenen. Ook de concurrentie wordt even zo vrolijk toegejuicht en toegezongen.

Thialf opende in 1967 als open ijsbaan. In 1986 kreeg het stadion een overkapping. Er is plaats voor 13.000 toeschouwers. Het ijsstadion wordt ook gebruikt voor beurzen, concerten en andere evenementen.

Een gedenknaald op het Julianaplein herinnert aan Clemens van Maasdijk, de eerste Nederlandse vliegenier. In 1911 gaf deze vliegensvlugge pionier boven Heerenveen een vliegdemonstratie.

De grootste stadsmaquette van Nederland laat zien hoe 'Het Friesche Haagje', zoals Heerenveen werd genoemd, er in 1830 uitzag. Op zestig vierkante meter zijn 365 panden historisch verantwoord nagebouwd op schaal 1:70. Een licht-, beeld- en geluidsshow brengt de maquette tot leven. Bezoekers kunnen kiezen uit verschillende programma's, bijvoorbeeld een muzikale kroegentocht of een rondje met de lantaarnopsteker, die onderweg vertelt over de huizen en hun toenmalige bewoners. De maquette staat in Museum Willem van Haren. Het deelt de voordeur met het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum. Adres: Minckelersstraat 11.

HEGEBEINTUM

In Hegebeintum (HOGEBEINTUM) steekt de hoogste terp van ons land 8,80 meter boven het maaiveld uit. Onderzoek toonde aan dat er reeds in de 6de eeuw voor Christus mensen op die bult woonden. Oorspronkelijk was de oppervlakte bijna 10 hectare. Maar zoals zo vaak met terpen gebeurde, is ook deze grotendeels afgegraven om 'terpaarde' te winnen. Landbouwers gebruikten die vruchtbare mix van afval, mest, zoden en as om er akkers mee te bemesten.

De terp van Hegebeintum torst enkele oude huisjes en een tufstenen kerkje uit de 11de en 12de eeuw. Eromheen ligt een kleine dodenakker. Het interieur van het godshuis is versierd met een rijke collectie rouwborden en grafstenen met familiewapens.

Bij de terp staat een bezoekerscentrum. Het geeft informatie over de bouw van de terpen (in Groningen wierden genoemd). Ooit telde het noorden zo'n duizend terpen. Ze werden vanaf circa 500 voor Christus opgeworpen door het volk van de Friezen, dat vanuit het hoger gelegen Drenthe naar de zompige kweldergebieden trok. De vluchtheuvels moesten de bewoners voor natte voeten of de verdrinkingsdood behoeden. De dijkenbouw, die rond het jaar 1000 door monniken werd geïntroduceerd, maakte terpen en wierden overbodig.

TIP: Wie meer wil weten over terpen en wierden kan ook terecht in musea in Ezinge* (Gr), Wommels en Leeuwarden (Fries museum).