Dordrecht betekenis & definitie

Dordrecht is de grootste Nederlandse stad op een eiland, heeft de diepst landinwaarts gelegen zeehaven en is de eerste stad met stadswachten. Maar bovenal is Dordrecht de oudste stad van Holland. Voor de duidelijkheid: Holland is iets anders dan Nederland. Het gaat om het westelijke deel van ons land. Tijdens de Republiek was Holland één gewest; tegenwoordig is het verdeeld over de provincies Noord- en Zuid-Holland. De stadsrechten werden verleend in 1220.

Van de 14de tot de 16de eeuw was Dordrecht de machtigste stad van Holland. Zij bezat immers het stapelrecht. Dat betekende dat alle goederen die via de grote rivieren Holland binnenkwamen, eerst in Dordrecht moesten worden gelost en te koop aangeboden. Het bracht de Haven van Holland grote rijkdom. Die straalt nog steeds af van de ruim 800 monumenten die de stad rijk is.

Bij elke voetstap weerklinkt de vaderlandse geschiedenis. Al wandelend vraag je je af waarom Dordrecht het nooit tot hoofdstad schopte. Ga maar na. In 1378 werd er de eerste gulden geslagen, die pas 624 jaar later door de euro zou worden verdrongen. In 1388 sloeg Dordrecht de eerste gouden munt in Holland. In 1619 besloot de Dordtse synode de bijbel te laten vertalen. Met die Statenbijbel werd het Nederlands voor het eerst officieel op schrift gesteld. En dan is er natuurlijk de eerste vrije Statenvergadering in juli 1572. Onder voorzitterschap van Marnix van St.-Aldegonde (inderdaad de tekstdichter van het Wilhelmus), kozen alle steden van Holland, Amsterdam uitgezonderd, de zijde van Prins Willem van Oranje in zijn strijd tegen Spanje. Ook trokken ze de geldbuidel. Het was het begin van een zelfstandige Nederlandse Staat. Die kreeg in 1575 met de Unie van Dordrecht zijn eerste grondwet. Die historische gebeurtenis speelde zich af in Het Hof. In de Verenigde Staten, Engeland en menig ander land zou de plek waar de wieg stond van de natie en van de moedertaal een monument zijn, een museum of een bedevaartsoord. In ieder geval een verplicht nummer voor elk schoolreisje. Maar niet in Nederland. Het Hof? Nooit van gehoord! Toegegeven, je kunt er van dinsdag tot en met zaterdag gratis naar binnen, maar erg veel valt op die historische plek niet te zien.

In de voormalige kloosterkerk aan de Voorstraat vond in 1572 de eerste openbare hervormde kerkdienst in Nederland plaats. De laatste man die er in 1829 werd begraven was de doodgraver A. Vogel. Op zijn zerk staat doodleuk misschien wel de meest komische graftekst van Nederland:

Hij die gewoon was 't graf

met lijken te verzaden,

ligt daardoor afgemat,

hier zelf ten spijs aan maden

De vreemde Vogel ligt er warmpjes bij, want bij een recente restauratie zijn alle graven afgedekt met een laag beton, waarin de vloerverwarming rust.

Over spitse grafteksten gesproken. Hoe vindt u deze?

Hier ligt Piet van Dongen,

in de grond een goede jongen.

Dit puntdicht is van Cees Buddingh'. Dordrechts bekendste poëet en schrijver dichtte met veel humor op ontnuchterende wijze over alledaagse dingen. Zijn credo was: 'De dichter is een straathond geworden. En straathonden zijn per definitie niet zo bijster verzot op het hogere. Ze gaan meer af op hun neus. En wat daarin opstijgt geurt zelden naar viooltjes.' Buddingh' verwierf nationale bekendheid met zijn bundel Gorgelrijmen (1953), zijn dagboeken, zijn droogkomische voordrachten en zijn karakteristieke stem. Jarenlang had hij zijn vaste werkplek in het statige monument Oostenrijck, dat sinds 1774 onderdak biedt aan het Teekengenootschap Pictura, het oudste kunstgenootschap van Nederland. In het gebouw zijn ateliers en expositiezalen gevestigd. Adres: Voorstraat 190.

De Voorstraat is met een promenade van 1200 meter de langste winkelwandelstraat van Nederland. Er zijn veel speciaalzaakjes en galeries te vinden.

Mocht het tijdens de stadswandeling onverhoopt gaan regenen, stap dan Voorstraat 275 binnen, want daar is de oudste en enige paraplu- en wandelstokkenwinkel van Nederland gevestigd. Het bedrijf is al sinds 1820 in het bezit van de familie Martinot.

De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk bepaalt het stadsbeeld van Dordrecht. Het is op de St.-Janskerk in Gouda* na de kerk met het langste schip in Nederland. Eigenlijk is de toren een beetje een gedrocht. De toren moest maar liefst 108 meter hoog worden. Toen halverwege de bouw het gevaarte uit het lood zakte, is de klus afgeraffeld met een kroon van vier kolossale wijzerborden met uurwerken, die nog het meest op grafstenen lijken. De toren staat nu 2,25 meter uit het lood en zet zich met zijn gewicht van 12 miljoen kilo schrap tegen het noordwesten.

De Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk behoort tot de Top 100 van de Nederlandse monumenten. Die plaats in de eredivisie is te danken aan de bijzondere koorbanken. Ze zijn tussen 1538 en 1541 vervaardigd door Jan Terwen. Die leverde schitterend houtsnijwerk. De voorstellingen zijn geïnspireerd op de bijbel en de Romeinse geschiedenis. Juist die kunstzinnige combinatie van religieuze thema's en de klassieken is zeer typerend voor de ontstaanstijd. Bij het snijden van de voorstellingen liet de kunstenaar zich leiden door het werk van Albrecht Dürer.

In de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk hangt de grootste beiaard van West-Europa. Het carillon heeft een bereik van maar liefst 5,5 octaaf. Regelmatig vinden concerten plaats. Er klinkt niet alleen muziek uit vroeger eeuwen, maar ook werk van moderne componisten. Het carillon telt 69 klokken, waaronder een elf ton wegende basklok. Het is de grootste en zwaarste klok in Europa.

In de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk houden gebrandschilderde ramen de herinnering levend aan de Sint-Elizabethvloed van 1421. Het was de grootste watersnoodramp uit de Nederlandse geschiedenis. Het woeste water doorbrak de dijken van de Maas en de Merwede en verzwolg duizenden mensen en zestien dorpen in de Groote of Zuid-Hollandsche Waard. Duizenden hectares polderland veranderden in een binnenzee. Het duurde vele eeuwen voor een groot deel van de binnenzee weer was ingepolderd. Dordrecht bleef zelfs tot in de 17de eeuw omgeven door water en heeft nog steeds een zompige achtertuin die niet meer op het water kon worden heroverd: de Biesbosch.

De Biesbosch is het grootste Nationale Park van Nederland (7100 ha). Het bestaat uit een Hollands en een Brabants deel. Kenmerkend voor het uitgestrekte moerasgebied zijn de vele grillig gevormde kreken en de talrijke eilandjes. Eeuwenlang was de Biesbosch een getijdengebied. Het verschil tussen eb en vloed bedroeg 2 meter. Dat veranderde na de afsluiting van het Haringvliet, in 1970. Van een getijdenverschil (ongeveer 70 centimeter) is tegenwoordig alleen nog sprake in een deel van de Sliedrechtse Biesbosch, dat in directe verbinding staat met de Nieuwe Waterweg. Het vogelrijke gebied is grotendeels toegankelijk voor kano's en roeiboten (en gedeeltelijk ook voor motorboten). Enkele stiltegebieden zijn voor alle vaartuigen afgesloten.

In de Biesbosch kunnen excursies per fluisterboot worden gemaakt. Onderweg vertelt een gids onder meer over de rol die de Biesbosch speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het nagenoeg ondoordringbare gebied hielden zich talloze onderduikers schuil. Vanaf eind 1944 vormde de Biesbosch een springplank vanuit het bezette Nederland naar het bevrijde zuiden.

Wie geluk heeft krijgt tijdens de excursie een bever in het vizier. In 1988, ruim 160 jaar nadat in Zalk (O) het laatste exemplaar in Nederland was doodgeslagen, zijn in de Biesbosch de eerste bevers opnieuw in Nederland geïntroduceerd. En met succes. De nieuwe dieren voelen zich er prima thuis. Regelmatig worden jongen geboren.

In bezoekerscentrum De Hollandsche Biesbosch in Dordrecht is via een raam en een infraroodcamera een blik te werpen in het interieur van een beverburcht. Het centrum geeft informatie over het ontstaan, de flora en fauna van dit belangrijke natuurgebied. Adres: Baanhoekweg 53, Dordrecht.

TIP: Informatie over het bijzondere natuurgebied is ook te krijgen in het Biesbosch Informatiecentrum in Drimmelen* en het Biesboschmuseum/Griend- en Rietcultuur in Werkendam, beide in Noord-Brabant.

Elk bezoekerscentrum in Nederland belicht het omringende landschap. Maar verder dan de eigen regio wordt niet gekeken. In Dordrecht staat het enige museum dat systematisch aandacht schenkt aan alle Nederlandse landschappen. In dit Madurodam van de landschappen laten microreliëfs zien hoe ons woongebied veranderde onder invloed van de natuur en de mens. In de museumtuin liggen nagebouwde reliëfs van onder meer dijken, zandbergen, terpen, kreken en andere landschapselementen. Ook een strook openbaar groen voor de deur is als reliëftuin ingericht. Het Nationaal Landschapskundig Museum en Documentatiecentrum Telluris toont bovendien een uitgebreide collectie foto's, antieke en recente plattegronden en landkaarten, kleine maquettes, bodemprofielen, bodemmonsters, etsen en schilderijen. Adres: Reeweg Oost 145.

Tegenover het stadhuis staat een van de weinige dubbelstandbeelden in Nederland. Het is een schepping van beeldhouwer Toon Dupuis uit 1918. De afgebeelde heren zijn de staatslieden Johan en Cornelis de Witt. 'Jan en Kneel de Witt, de ene staat en de ander zit,' zeggen ze in Dordt. Volgens een Dordts grapje wisselen de gebroeders eens per jaar in een onbewaakt ogenblik van plaats. Johan en Cornelis waren telgen uit een oud Dordts regentengeslacht dat een belangrijke rol speelde in de landspolitiek. Zij werden geboren in de Kerksbuurt op nummer 21-23. Een plaquette aan de gevel zorgt voor een toelichting. Johan de Witt was de eerste niet-adellijke staatsman in Europa.

Als raadpensionaris (zeg maar premier) leidde hij 28 jaar lang de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden. Bovendien is hij de grondlegger van de verzekeringswiskunde en daarmee de 'uitvinder' van de levensverzekering. De machtsstrijd met Willem III werd de beide broers fataal. Zij werden beschuldigd van een samenzwering tegen het leven van de Oranjevorst. Een opgehitste Oranjegezinde menigte lynchte hen op 20 augustus van het 'rampjaar' 1672 buiten de Gevangenpoort in Den Haag. Johan de Witt leeft voort in het gezegde 'jongens van Jan de Wit', waarmee nog altijd flinke Hollandse kerels worden bedoeld.

Op het Groothoofd speelt Dordrecht zijn mooiste troef uit. Lucht, land en water komen er samen in één groots verband. De Noord, Beneden-Merwede, Oude Maas en Wantij vloeien er ineen, om samen af te zakken naar zee. In zijn boek De man met twee levens noemt Theun de Vries deze viersprong van rivieren 'Hollands mooiste waterscheiding'. Met 200.000 scheepsbewegingen per jaar is deze wirwar van water het drukst bevaren rivierenkruispunt van Europa. Aan de oever pronkt de Groothoofdspoort, met zijn rijke versieringen die de kracht, macht en rijkdom van de stad benadrukken. Het had een VVV-directeur kunnen zijn die ooit besloot de poort te bekronen met een beeld van de Dordtse stedenmaagd. Want een bezoeker die zich eenmaal aan haar rondborstige schoonheid heeft vergaapt, is op slag verliefd.

TIP: De Groothoofdspoort is een van de acht Dordtse monumenten die niet alleen oren hebben, maar ook een mond. Die vertelt over het rijke verleden van de oudste stad van Holland. Wie ernaar wil luisteren, kan onder andere bij de VVV een draagbare audiospeler huren. Dat hightech speeltje schakelt automatisch in zodra de stadswandelaar in de buurt komt van de acht sprekende panden, die door de audiotour aan elkaar worden gepraat. 'Sprekende gevels' wijst de weg naar bijvoorbeeld het pakhuis Stockholm van de suikerhandelaar Johan Anthony Bruyn (de woordspeling Bruine Suiker ligt al sinds 1730 voor de hand). De ingeblikte gids vertelt eerlijk over de wijze waarop Bruyn in de 18de eeuw zijn kapitaal vergaarde: door uitbuiting. Aan iedere zak suiker kleefde immers het bloed van de slaven die op de tweehonderd plantages in Suriname zwoegden. Het pakhuis staat aan de Wolwevershaven. Tegenwoordig is het een jachthaven, waar een vloot nostalgische zeil- en stoomschepen de vele patserige motorjachten tot varende schoenendozen degradeert.

De Nieuwbrug uit 1850 is heel bijzonder. Het is een brug met een 'oorgat', een sleuf in het wegdek waar de mast van een passerend schip doorheen kan.

In de Hoge Nieuwstraat hebben spelende kinderen het rijk alleen. Zij kunnen ongestoord op straat spelen, want in de eerste speelstraat van Nederland zijn auto's taboe. In 1970 dwongen bewoners met een sitdownactie de afsluiting voor auto's af.

In twee 17de-eeuwse panden aan de Voorstraat 144 opende de ongehuwde domineesdochter Ewaldina Cornelia Pijzel in 1876 de eerste kinderbewaarplaats in Nederland. De crèche was bedoeld voor kinderen van vrouwen die gedwongen uit werken moesten omdat hun man werkloos was. Ook moeders met een slechte gezondheid konden er hun kroost stallen. Buitenechtelijke kinderen werden aanvankelijk niet toegelaten. Later liet men die strenge regel varen. De kinderen konden vanaf 8 uur 's morgens gebracht worden, mits grondig gewassen. Tegenwoordig is in het gebouw het internationale kinderdagverblijf De Blije Hoek gevestigd.

De Drechtstedentunnel onder de Oude Maas tussen Dordrecht en Zwijndrecht is de breedste afgezonken tunnel ter wereld. De tunnel werd gebouwd tussen 1973 en 1977 en is 49 meter breed.

Eens in de twee jaar laat Dordrecht in mei (de eerstvolgende keer in 2002) het verleden herleven tijdens Dordt in Stoom. Het grootste stoomevenement van Europa trekt 200.000 liefhebbers van de geur van stoom, het gegil van stoomfluiten, gruis in het haar, roet en het boeiende samenspel tussen water en vuur. Stoom op het water, op rails en op de weg, het is er allemaal. Ook zijn er talloze stoomminiaturen te bewonderen.

Drinkwaterbekkens moeten schoon blijven. Daarom moeten mensen uit de buurt blijven. Maar het bekken de Grote Rug bij Dordrecht is het enige drinkwaterspaarbekken waar watersport is toegestaan. Maar wel met mate en met aandacht voor de hygiëne. Zo mag er alleen met een wetsuit aan gesurft worden. Bovendien kunnen jongeren er van wal steken voor zeillessen.

Op sportpark Reeweg staat de enige overgebleven tribune met dakpannen. Dordrecht heeft een rijke voetbaltraditie, die teruggaat tot 1883. In dat jaar werd DFC opgericht, een van de oudste voetbalclubs van ons land.

De Dordtse Top Naeff (1878-1953) geldt als de eerste meisjesboeken schrijfster van Nederland. In een tuin achter een notariskantoor aan de Johan de Wittstraat 33 is nog haar schrijfschuurtje te zien, waar klassiekers ontstonden als Schoolidyllen (1900), De Tweelingen (1901) en Het Veulen (1903) .

Top Naeff (voluit Anthonetta van Rhijn-Naeff) publiceerde later voornamelijk toneelstukken, verhalen en romans, waarin zij het leven van de gegoede burgerij - vooral gezien vanuit het standpunt van de vrouw - in beeld bracht.