Amersfoort betekenis & definitie

Middeleeuwse steden die zodanig uitdijden dat de stadsmuur een strak zittend korset werd, bouwden vaak op enige afstand van de omwalling een tweede. De oude muur viel vervolgens onder de slopershamer. Dat gebeurde in de 15de eeuw ook in Amersfoort. Op de plaats van de oude stadsmuur verrezen woningen en pakhuizen.

De muurhuizen zijn uniek in Nederland. In de loop der eeuwen zijn ze vertimmerd, vergroot, soms afgebroken en herbouwd. Zo ontstond een fotogeniek ratjetoe van stijlen: van robuust middeleeuws tot de fragiele glasconstructie die sinds 1988 de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek overhuift. Het hypermoderne pand van architect Cohen harmonieert wonderwel met de grillige in- en uitspringende monumenten die voor zoveel schitterende doorkijkjes zorgen.

De muurhuizen omringen het centrum. Wie de gevelrij volgt, keert vanzelf terug op het punt van vertrek. Het is een ommetje van amper een halfuurtje, want de middeleeuwse binnenstad van Amersfoort meet slechts 480 bij 520 meter. Toch staan er 350 monumenten op een kluitje, waaronder de Koppelpoort*, die de Eem (de vroegere Amer) overbrugt.

De Koppelpoort dateert uit 1400 en is de enige gecombineerde land- en waterpoort in Nederland die nog intact is. In het schitterende monument bevinden zich twee houten tredmolens. Ze drijven een rad aan dat een balkenschot uit het water van de Eem tilt of erin laat zakken om zo vijandelijke schepen buiten de poort te houden. Voor die zware en oervervelende klus zette men vroeger misdadigers in. 's Ochtends en 's avonds sleepten de schout en zijn rakkers het gespuis van het gevang naar de Koppelpoort. 'Kijk, daar gaan de raddraaiers,' zeiden de brave burgers dan, de moedertaal en passant verrijkend met een synoniem voor oproerkraaiers. Tegenwoordig is de poort een toeristische attractie. Tijdens de jaarlijkse manifestatie Levende Historie (in juli en augustus) kunnen dagjesmensen zelf aan den lijve ondervinden hoe zwaar het lopen in een tredmolen is. In het zweet des aanschijns kunnen zij het tot 'raddraaier' schoppen, compleet met VVV-certificaat. De Koppelpoort is ook de rest van het jaar te bezoeken. Er moet dan wel een afspraak worden gemaakt via de VVV.

De Mannenzaal en de kapel van het voormalige Sint-Pieters Gasthuis zijn door hun originele staat uniek in Nederland. Ze zijn gebouwd omstreeks 1530. In de zomer laten rollenspelers het verleden van de Mannenzaal herleven. De ouwetjes die er bij een pruttelend oliestelletje een potje ganzenbord spelen, zijn niet bij de tijd. Ze spelen dat ze in 1907 leven. Levensecht vertellen ze over het leven en de armenzorg aan het begin van de 20ste eeuw. Geen moment vallen ze uit hun rol: 'Computers? Nooit van gehoord!' En de gasthuisbewoners rollen met uitpuilende ogen van verbazing van hun stoel als ze een mobiele telefoon, digitaal horloge of een walkman in de smiezen krijgen.

De Mannenzaal maakt deel uit van Museum Flehite. Het bezet drie muurhuizen en geeft een beeld van de geschiedenis van Amersfoort en omgeving, van prehistorie tot heden. Er is ook een herinnering te zien aan het fabriekje van Eysink in Amersfoort, waar in 1894 de eerste Nederlandse auto werd gebouwd. Van die primeur bestaan geen exemplaren meer. Maar Flehite bezit nog wel een motorfiets uit diezelfde fabriek. In het museum bevindt zich ook de galerie van het Amersfoorts Kunstenaarsgenootschap De Ploegh. Adres: Westsingel 50.

Cartografen en landmeters maken gebruik van de Rijksdriehoeksmeting. Kerktorens en andere markante gebouwen waarvan de ligging exact bekend is, vormen daarin de ijkpunten. Het middelpunt van de Rijksdriehoeksmeting is de Onze-Lieve-Vrouwetoren in Amersfoort. Symbolisch gezien is dit het middelpunt van Nederland. Het 'kadastraal 0-punt' is op kunstzinnige wijze in de muur van de toren gemarkeerd. Het echte, geografische middelpunt van Nederland ligt overigens een stuk oostelijker, namelijk bij Lunteren*. Maar omdat een punt midden in het bos niet geschikt is om als baken te dienen, koos het kadaster in 1832 voor de 100 meter hoge toren in Amersfoort.

De 103 meter (327 treden) hoge Onze-Lieve-Vrouwetoren is de op één na hoogste kerktoren van Nederland. Alleen de Utrechtse Dom* is hoger (112,5 meter). De Onze-Lieve-Vrouwekerk verrees tussen 1460 en 1500 en was eeuwenlang een bedevaartsoord. Pelgrims stroomden toe om een wonderbaarlijk houten Mariabeeldje te vereren. Het beeldje zat in de bagage van een meisje uit Nijkerk, dat in 1444 naar Amersfoort toog om te worden opgenomen in het Agnietenklooster.

Bij de stadspoort aangekomen bedacht ze dat het beeldje te eenvoudig was om aan het klooster te schenken en daarom gooide zij het in de gracht. Diezelfde dag kreeg de Amersfoortse Margriete Albert Gijssen in haar droom drie keer de opdracht om in de gracht te gaan kijken. Daar vond zij het Mariabeeldje en nam het mee naar huis. Al snel bleek de vondst tot wonderen in staat te zijn. Zo bleven kaarsen naast het beeldje langer branden en werden zieken genezen. Uiteindelijk belandde het beeldje in de Mariakapel. De pelgrims brachten genoeg geld in het laatje om er de Onze-Lieve-Vrouwekerk van te laten bouwen.

Nog steeds is het pelgrimsteken in Amersfoort te koop.

Het beeldje betekende geen geluk voor 'Lange Jan', zoals de bijnaam van de Onze-Lieve-Vrouwetoren luidt. De toren werd maar liefst vier keer door bliksem en één keer door een storm getroffen. Met de aanpalende kerk liep het nóg slechter af. Tijdens de twisten tussen patriotten en prinsgezinden deed het godshuis dienst als munitieopslagplaats. Tot 1787. Toen vijlde een soldaat er zo fanatiek de roest van zijn geweer, dat de vonken in het rond vlogen. Uitgerekend op hetzelfde moment vulden zijn kornuiten bommen met buskruit. De explosie doodde zeventien soldaten en reduceerde de kerk tot enkele contouren in de sierbestrating. Sindsdien staat Lange Jan moederziel alleen.

De skyline van Amersfoort wordt mede bepaald door de unieke toren van de Sint-Joriskerk. Toen men de 13de-eeuwse kerk in de 15de eeuw wilde verbreden, bleek er op het marktplein onvoldoende ruimte voor te zijn. Dus creëerde men de nieuwe zijbeuk rondom de Sint-Joristoren, die meteen werd verhoogd. Sindsdien staat de toren niet meer tegen de kerk, maar midden in de zuidelijk zijbeuk. In de kerk aan het Hof bevindt zich het graf van Jacob van Campen, de bouwmeester van het paleis op de Dam* in Amsterdam. In de 'chirurgijnskamer' liggen oude medische instrumenten die verdacht veel op martelwerktuigen lijken.

TIP: In Amersfoort voert een VVV-wandeling langs geboorteplekken van Nederlanders die erg beroemd en erg dood zijn. De schilder Piet Mondriaan bijvoorbeeld. Deze rechtlijnige kunstenaar zag in 1872 het levenslicht in een huis annex school aan de Korte Gracht 11-13. Het is tegenwoordig een museum. Mondriaans Parijse atelier is er nagebouwd.

De Amersfoortse kei was in de 17de eeuw aanleiding voor een steengoeie grap, waarvan de lach tot in onze tijd doorklinkt en waaraan de Amersfoorters de bijnaam 'keientrekkers' danken. In 1661 ontdekte jonkheer Everard Meysters op zijn landgoed Nimmerdor bij Amersfoort een forse zwerfsteen. Hij wedde met vrienden dat hij de Amersfoortse burgers over kon halen om het 11 ton zware gevaarte eigenhandig hun stad in te slepen. Met veel bier en krakelingen kreeg de jonkheer 400 Amersfoorters zo gek dat zij hun schouders onder de klus zetten.

Overal in Nederland werd het dwaze gezeul van de 'keientrekkers' belachelijk gemaakt. Er verschenen spotprenten en -verzen. Om van het gezeur af te zijn, begroeven de Amersfoorters de steen des aanstoots in 1672 op de Varkensmarkt. De kei dook in 1903 weer op en bezorgde de plaatselijke VVV het wervende motto: 'Amersfoort, een kei van een stad!' De weddenschap van jonkheer Everard Meysters wordt nog elk jaar herdacht met de jaarlijkse Keistadfeesten. De beroemdste kei van Nederland ligt niet meer alleen. Veel landen en steden schonken Amersfoort een reusachtige steen. De kolossen liggen langs de Stadsring.

De Nederlandse Beiaardiersschool in Amersfoort is een van de twee scholen in de wereld die beiaardiers opleiden (de andere staat in het Belgische Mechelen). Afgestudeerden van het conservatorium kunnen zich hier specialiseren. De Beiaardiersschool is klein. Over het algemeen studeren er slechts acht leerlingen. Degenen die een bepaald niveau bereiken, mogen studeren op het 93 klokken tellende carillon van de Onze-Lieve-Vrouwetoren*.

De oefenbeiaard van de school telt 48 klokken en hangt in het unieke Belgenmonument aan de Belgenlaan. Het werd gebouwd door Belgische soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten. Ze werden geïnterneerd in kampen in Zeist en Amersfoort. Als dank voor de verleende gastvrijheid richtten zij in 1918 een toren op. De Belgische architect Louis van der Swaelmen tekende het ontwerp. In de tuin en bosrijke omgeving van het Belgenmonument is het plezierig wandelen, terwijl studenten van de beiaardschool bronzen klokkenklanken rondstrooien.

De Beiaardiersschool is gevestigd in een sfeervol oud pand in de binnenstad. Er is een kleine 'kampanalogische' tentoonstelling ingericht over alles wat met beiaarden te maken heeft. Er staan ook oefenklavieren. Bezoek is mogelijk na telefonische afspraak. Adres: Grote Spui 11.

Kattenbroek is de grootste stadswijk in Nederland die zichzelf bedruipt met zonne-energie. De wijk is in meer opzichten uniek. Er staan geen saaie rijtjeshuizen, maar ruim 4600 fantasierijke woningen in alle mogelijk vormen en kleuren, verrassende verkavelingen en in alle sectoren, van woningwetwoningen tot huizen in de vrije sector, voor jonge gezinnen, alleenstaanden en ouderen. Er zijn ruïnewoningen, huizen die op een Italiaans paleis lijken, huizen met golvende daken, met rieten daken en boerderijachtige woningen. Saai is het niet. Wel vrolijk en verrassend. Dat blijkt ook uit de namen van de buurtjes: De Ring, De Laan der Hoven, De Verborgen Zone, De Kreek en Het Masker. Kortom: Kattenbroek is een kunstwerk. Het kwam tot stand onder leiding van de in Nederland werkzame Indiase architect Ashok Bhalotra. De VVV heeft informatie over speciale architectuurexcursies in de wijk.

Dierenparken proppen de beesten niet meer lukraak in enge kooien, maar tonen ze in een zo natuurlijk mogelijke omgeving en het liefst in thematisch verband. Zo is Amersfoort het enige dierenpark in de wereld dat de relatie tussen mens en dier in oude culturen laat zien. In de Stad der Oudheid spelen jachtluipaarden, klipdassen, leeuwen, kamelen en tal van andere 'klassiekers' de hoofdrol in een Egyptisch, Grieks, Romeins en Perzisch decor van 2000 jaar geleden. De bezoeker maakt kennis met een arena, een Sumerische tempelberg, een leeuwenkuil, het paleis van koning Darius, een Oosterse kamelenmarkt, de ruïne van Aristoteles, de Tempel van Luxor en de Kashba. En overal lopen en klimmen bijpassende dieren rond. Tot de levende have behoren de enige witte tijgers in de Benelux. Dierenpark Amersfoort biedt verder onder meer het enige drijvende educatief centrum in Nederland. Het heeft de vorm van een boot en draagt de toepasselijke naam De Ark. Het Speel-o-Drome is de enige 'zwevende' speeltuin in Nederland. Alle speeltoestellen hangen in een negen meter hoge koepel met een doorsnede van veertig meter. Adres: Barchman Wuytierslaan 224.