Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Taats

betekenis & definitie

Spijker met grooten, bollen kop. Kopspijker, duimspijker, sierspijker, door behangers gebruikt, om passement vastte maken.

Een punaise zou gevoegelijk een taats kunnen heeten. Voorts is een taats een stalen of koperen tap onder aan een staande spil, draaiende in een potvormige holte. Een sluisdeur draait om een staanden balk, de achterhar, van onderen voorzien van een taats, draaiend in den taatspot. Een draaibrug draait om een staande as met een taats. Een tol heeft ook zoo’n punt: taatstol. Molenmakers, die ook met een staande spil te maken hebben, spreken van tap en put en niet van taats en taatspot. Een klein aambeeld, dat in de bankschroef gezet wordt, heet ook een taats.