Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Pandbrief

betekenis & definitie

Een schuldbrief, uitgegeven door een hypotheekbank. De naam pandbrief is ingeburgerd, hoewel de pandbriefhouder noch een verbonden zekerheid, noch een pand heeft, om daarop zijn vordering te verhalen.

Hij heeft alleen een vordering op de bank, die den pandbrief heeft uitgegeven en deze heeft hypothecaire zekerheid op de onroerende goederen, welke daartoe zijn verbonden.Uit den aard van het bedrijf is te verwachten, dat een hypotheekbank weinig andere schulden heeft, dan die ontstaan zijn door uitgifte van pandbrieven. De pandbriefhouders zijn dus de grootste crediteuren en voor hen maakt het weinig verschil, of zij een bepaalde zekerheid op vaste goederen zouden bezitten, of wel, dat de hypotheekbank die heeft.

In Duitschland staan de hypotheekbanken onder staatstoezicht en pandbriefhouders hebben daar boven andere schuldeischers den voorrang. In ongunstige zakentijden worden pandbrieven gewoonlijk lager verhandeld dan staatsobligatien. De oorzaak daarvan is, dat in zulke jaren de waarde van de panden verminderd is. Vele schuldenaren van de bank doen ook de voorgeschreven aflossingen niet en hun persoonlijk vermogen, dat mede onder de zekerheid is begrepen, is in waarde gedaald. De schuldenaren, die geldelijk sterk staan, lossen regelmatig hun hypotheken af en de minder sterken blijven over.