Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Haagbeuk (wagenmaker)

betekenis & definitie

Een boom verwant aan den beuk, den hazelaar, den tammen kastanje en den eik, behoorend tot de napjesdragers. De boom komt veel voor in de bosschen van Zuid-Europa en wordt in ons land voor heggen aangeplant, omdat deze boom zich na het snoeien gemakkelijk herstelt.

Het hout is zeer vast en taai, wordt gebruikt voor tandwielen, machinedeelen, wagens, schoenpennen, leesten, bijlstelen.