WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 08-02-2024

De stekker eruit trekken

betekenis & definitie

Pieter Omtzigt heeft de stekker uit de coalitiebesprekingen getrokken, hoor en lees je nu overal. Die uitdrukking blijkt verrassend jong.

De invloed van technische ontwikkelingen op onze woordenschat heeft me altijd geïnteresseerd. Ik bedoel: zonder de uitvinding van stoommachines zouden we nu niet zeggen dat iets of iemand op stoom ligt. Aan het begin van de coalitiebesprekingen werd die uitdrukking af en toe van stal gehaald.

Daarna volgde een lange tijd van radiostilte – een beeldspraak die we danken aan de uitvinding van draadloze telecommunicatie met radiogolven. Sinds gisteravond domineren twee metaforen het nieuws: volgens sommigen heeft Pieter Omtzigt bij de onderhandelingen de handdoek in de ring gegooid, een beeldspraak die zal teruggaan op de bokssport. Nog vaker was te lezen en te horen dat hij de stekker eruit trok.

Of dat werkelijk het geval is, was bij het schrijven van dit stukje niet helemaal duidelijk. We hebben hier te maken met Pieter Omtzigt, een man die niet altijd even helder communiceert.

Ik vind dat er een goed boek zou moeten worden gemaakt over de relatie tussen technische uitvindingen en metaforen. Chronologisch gerangschikt, met lekker veel plaatjes. Ik ga het niet zelf schrijven, maar wil er best enkele bijdragen aan leveren. Bijvoorbeeld over de stekker eruit trekken.

Een meisjesgek
Kennen we die uitdrukking pas sinds de uitvinding van de elektriciteit? En is toen ook het woord stekker bedacht, of bestond dat al langer?

Dat er zoiets bestaat als elektriciteit, was al in de Oudheid bekend. Heel kort samengevat: rond 600 v.Chr. schreef Thales van Milete dat je barnsteen met wrijving magnetisch kon maken. In 1752 bewees Benjamin Franklin met zijn bekende vliegerexperiment dat bliksem een vorm van elektriciteit is. De grote ontwikkelingen volgden in de negentiende eeuw: dankzij mensen als Alessandro Volta (uitvinder van de batterij, wiens naam nog voortleeft in volt), Michael Faraday (uitvinder van de elektromotor en de dynamo) en vele anderen.

Het woord stekker bestond toen al. Het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) onderscheidt maar liefst zeven betekenissen, merendeels uit de negentiende eeuw: ‘stekel’; ‘een prikstok van een prikslee’; ‘een zeer mager mens’; ‘een rijpaard van geringe waarde’; ‘een stekelbaarsje’; en, nogal curieus: ‘een meisjesgek’. Dit lemma verscheen in 1934 in het WNT. De betekenis ‘stop die in de aansluitdoos wordt gestoken’ ontbreekt. Dit is de huidige en enige definitie van stekker in de Dikke Van Dale.

Betekent dit dat de stekker pas later is uitgevonden? Nee, maar aanvankelijk noemde men dit vaker een steker. Die je niet in een stopcontact stopte, maar in een steekcontact of steekdoos.

Joop den Uyl
Wel kregen steker en steekcontact al snel concurrentie, want in een verhaal uit 1936, gepubliceerd in het Rotterdamsch Nieuwsblad, is sprake van een man die in zijn huiskamer een strijkbout op de grond ziet liggen die zich door een strijkplank heeft gebrand. ‘Reuvers trok den stekker eruit en keek zijn vrouw aan, die langzaam naderbij was gekomen. Hij zei niets. […] Wat een geluk, dat de bout op de tegels terecht is gekomen, anders... De tranen sprongen haar in de oogen.’

Bij mijn weten duurde het vervolgens nog ruim dertig jaar, tot begin jaren zeventig, voordat het overdrachtelijke gebruik van de stekker eruit trekken opgang maakte. ‘Exact na de overeengekomen anderhalf uur’, schreef dagblad Tubantia in 1974, ‘is het afgelopen. Minister-president drs. J. den Uyl (55) houdt zich nog een seconde of dertig met je bezig. Daarna is het net alsof je bij hem de stekker eruit trekt: je staat nog wel in dezelfde kamer, maar zijn gedachten zijn de deur al uit, naar de volgende afspraak.’

De stekker eruit trekken is dus nog maar een hele jonge uitdrukking. Die vanzelfsprekend ook geregeld is gebruikt in de politiek. Zoals in 1994 in een debat tussen een Kamerlid van de SP en de PvdA-staatssecretaris Aad Nuis. Het Kamerlid: ‘Het is mij niet duidelijk of de stekker eruit is getrokken door de fractievoorzitter van D66 of door de minister van Financiën. Dat wil ik graag weten.’ Nuis: ‘De stekker heeft er al die tijd in gezeten; hij is er niet uit geweest en is er ook door niemand uitgetrokken.’

Het zou mij niet verbazen als we binnenkort te horen krijgen, van Pieter Omtzigt of van iemand anders, dat de stekker er bij de huidige coalitiebesprekingen nooit echt helemaal in heeft gezeten.