WoordHoek

Ewoud Sanders (2024)

Gepubliceerd op 13-04-2023

Aanmodderen, doormodderen, voortmodderen

betekenis & definitie

Aanmodderen en doormodderen: je hoort en leest die woorden momenteel steeds vaker. De aanleiding laat zich raden: de kabinetscrisis. Of wellicht beter: alle crisissen bij elkaar die hebben geleid tot een monsterzege van de BBB. Die overwinning heeft ervoor gezorgd dat het huidige kabinet op z’n minst de indruk maakt dat het maar aan- of doormoddert.

Fijne woorden vind ik dat, aanmodderen en doormodderen, hoewel ze ook vragen oproepen. Bijvoorbeeld: betekenen ze hetzelfde of is er een verschil?

De Dikke Van Dale heeft ze in ieder geval voorzien van verschillende definities. Aanmodderen betekent volgens dit naslagwerk: ‘zonder plan werken, met name op knoeierige wijze te werk gaan’. De definitie van doormodderen luidt er ‘doorgaan met prutsen’.

Maar goed, omdat prutsen en zonder plan op knoeierige wijze te werk gaan, sterk overeenkomen, kunnen we wel stellen dat aan- en doormodderen synoniemen zijn.

Het zijn kwalificaties die je nu vaak leest over politici, maar gebruiken politici ze zelf ook? Ja, die modderwoorden duiken geregeld op in politieke debatten. Zo zei Laurens Dassen van VOLT onlangs nog in een Kamerdebat, over de euro als ‘politiek project’: ‘Dus laten we stoppen met aanmodderen, en laten we de euro verder versterken door het project te voltooien.’

Politieke context
Aanmodderen en doormodderen blijken opvallend vaak in een politieke context voor te komen. Ze lijken zelfs in die context te zijn geboren.

Doormodderen blijkt de oudste van de twee. Dit woord is in 1892 voor het eerst opgetekend. Een Haagse socialist riep toen in een krant timmerlieden op om een eigen vakbond te beginnen. ‘Het wordt hoogtijd’, schreef hij, ‘dat wij een Vereeniging van Bouwarbeiders stichten en wij hebben ons maar te kombineeren en wij zijn klaar. Maar zoolang wij ieder in een klein kringetje blijven doormodderen, zal er nooit veel van onze eischen terecht komen.’

Aanmodderen volgde in 1902, in een discussie in een gemeentebestuur over de slechte naleving van de Woningwet. ‘Erger is het echter’, schreef iemand toen in een krant, ‘waar het de dorpen betreft; men is daar niet gewoon om de wet geheel na te leven, wijl men liever aanmoddert volgens het oude […] systeem.’ In dat oude systeem hield men geen rekening met het algemeen belang, maar koos men voor de eigen portemonnee – nee, ik zal dit niet vergelijken met hedendaagse huisjesmelkers. Hoewel de verleiding groot is.

In dit laatste citaat wordt aanmodderen gebruikt in overdrachtelijke zin. Een jaar daarvoor, in 1901, klaagde een Surinaamse krant over het ‘verschrikkelijk aanmodderen’ van grachten in Paramaribo. Dit verschijnsel deed zich toen onder meer voor bij de Knuffelsgracht, een inmiddels gedempte gracht die is vernoemd naar de familie Knöffel, maar dat terzijde.

Voortmodderen
Aanmodderen en doormodderen blijken nog een voorzaat te hebben gehad, namelijk voortmodderen. Dat woord is in 1870 voor het eerst op schrift gesteld, andermaal in een politieke context. Volgens het Algemeen Handelsblad heerste er in 1870 politieke apathie. Die was voelbaar in de Tweede Kamer en bij sommige ministeries. De oorzaak lag volgens het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage bij de antiliberale sentimenten onder kiezers. Naar die sentimenten moest snel worden geluisterd, vond de krant. Maar, zo voorspelde dit dagblad: ‘Er moet nog wat worden voortgemodderd tusschen de liberalismen van uiteenloopend allooi, want dat eischt het belang der partij die het woord voert’.

Het blijft iets magisch houden, vind ik, historische parallellen die uit het niets lijken op te duiken.