(19e eeuw) (stud.) student in de wis- en natuurkunde.
• (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal. 1913)
• De Senaat V.A.P. bestond uit 14 leden - derdejaars en ouder, waardoor de philosophen er buiten bleven - door de drie faculteiten groepsgewijze gekozen. (A.C.J. de Vrankrijker: Vier eeuwen Nederlandsch studentenleven. 1939)