Zaagmachines betekenis & definitie

Zaagmachines zijn werktuigen, die dezelfde bestemming hebben als de gewone zaag, maar door water, stoom of wind in beweging worden gebragt. Tot het snijden van groote boomstammen bezigt men meestal spanzagen, die afzonderlijk of in grooteren getale in een raam zijn geplaatst, waaraan men eene horizontale of verticale, heen en weergaande beweging bezorgt. Zulk een raam maakt gemiddeld 150 zulke bewegingen in eene minuut en vereischt voor ééne zaag een stoomwerktuig van 4 paardenkracht, — voorts voor elke volgende zaag omstreeks 5/8ste paardekracht meer. Vochtig hout kan men gemakkelijker snijden dan droog hout.

Daar het raam op dezelfde plaats blijft, wordt de balk vooruitgeschoven, en het bedrag dier vooruitschuiving hangt af van de gesteldheid van de zaag en van het hout. Ook gebruikt men hierbij cirkelzagen , doch daar deze niet gespannen worden, moeten zij eene aanmerkelijke dikte hebben. Voorts worden ook andere soorten van zagen, in het artikel zaag vermeld, door middel van stoom of water in beweging gebragt.

De fabrieken, waarin zoodanige machines geplaatst zijn, dragen den naam van zaagmolens. Men meent, dat deze reeds in de 14de eeuw in Duitschland bestonden en door water werden gedreven, terwijl de eerste windzaagmolens tegen het einde der 16de eeuw in ons Vaderland verrezen (zie onder Zaandam). In Engeland kwamen de werklieden in verzet tegen het bouwen van zaagmolens, omdat zij daarin nadeel zagen voor hun bedrijf; zij werden er eerst tegen het einde der 17de eeuw ingevoerd. In onzen tijd bezigt men als beweegkracht voornamelijk stoom, daar men het vuur door middel van het zaagmeel onderhouden kan. In de laatste jaren heeft men hier en daar schaafmachines met zaagmachines verbonden.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018