Zaandam betekenis & definitie

Zaandam, een welvarend stadje in de Nederlandsche provincie Noord-Holland, aan het Y en de Zaan en tevens aan den NoordHollandschen Spoorweg gelegen, bestond te voren uit de dorpen Oost- en West-Zaan, die in 1811 vereenigd zijn, heeft wegens den slappen grond vele houten huizen en telt omstreeks 13000 inwoners. Men heeft er kerken voor de Hervormden, Doopsgezinden, Evangelisch-Lutherschen, Roomschen en Oud-Roomschen, eene synagoge, eene hoogere burgerschool, eene burger-avondschool, eene stadsteekenschool, eene zangschool, eene muziekschool enz., — wijders een kantongeregt, eene kamer van koophandel, een rijks telegraafkantoor, eene afdeeling der Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en der Maatschappij tot bevordering van Nijverheid, de letterkundige vereeniging Vondel, de zangvereeniging Sempre Crescendo en de vrijmetselaarsloge Anna Paulowna. Er is een aanzienlijke binnen- en buitenlandsche handel en veel scheepvaart. Voorts telt men er 91 houtzaagmolens (waaronder 17 met stoom), 50 oliemolens, 29 pelmolens, 7 stijfselfabrieken, 7 scheepstimmerwerven, 3 sigarenfabrieken, 4 boekdrukkerijen enz.

In het begin der 18de eeuw werden er vele schepen voor de groote vaart gebouwd, en czaar Peter oefende er zich in 1697 in den scheepsbouw; nog altijd bevindt er zich de eenvoudige woning, waarin hij zijn verblijf hield. Vóór den opstand tegen Spanje bloeiden er handel en visscherij. Deze werden aanvankelijk door dien opstand niet weinig belemmerd, maar erlangden in 1578, toen Amsterdam de Spaansche zijde verliet, eene nieuwe vlugt. In 1596 deed Cornelis van Uitgeest er den eersten, door hem uitgevonden houtzaagmolen verrijzen.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018