Frimont betekenis & definitie

Frimont (Johann Philipp, graaf van), prins van Antrodocco, een Oostenrijksch generaal, geboren den 3den Januarij 1759 te Finstringen in Lotharingen, nam in 1776 dienst als hussaar, woonde verschillende oorlogen bij en klom in 1801 op tot den rang van generaalmajoor en brigadier, en in 1809 tot dien van luitenant-veldmaarschalk bij het Oostenrijksche leger. In 1812 voerde hij het opperbevel over de reserve-kavallerie van het Oostenrijksche hulpkorps, en werd in 1813 generaal der kavallerie. Inzonderheid onderscheidde hij zich in 1814 in Frankrijk en werd daarna benoemd tot gouverneur van Mainz. In 1815 voerde hij den oorlog tegen Murat met zoo veel beleid, dat Bianchi, die het opperbevel van hem overnam, dien in zes weken kon eindigen.

Frimont organiseerde intusschen het leger, dat bestemd was om in het zuiden van Frankrijk te vallen en hij deed het derwaarts rukken over den Simplon en door Savoye. Nadat hij op het Alpenleger van Suchet onderscheidene overwinningen behaald had, bezette hij den 11den Julij Lyon. Na den Vrede van Parijs behoorde zijn korps tot het leger, dat Frankrijk bleef bezetten en hij toefde aldaar tot 1818, toen hij tot generaal en chef der Venetiaansche gewesten benoemd werd. In 1821 was hij opperbevelhebber van het leger, hetwelk ten gevolge van de besluiten van het Congrès te Laibach naar Napels trok, om er het koninklijk gezag te herstellen. Hij deed zijne troepen den 6den en 7den Februarij de Po overschrijden en toog den 24sten in zegepraal binnen Napels, waar Koning Ferdinand hem tot prins van Antrodocco verhief en met eene som van 220000 ducaten begiftigde. In 1825 werd hij belast met het kommando in Lombardije, en in 1831 door den Keizer in den gravenstand opgenomen, nadat hij de volksbewegingen te Modena, Ferrara en Parma, en het oproer op Pauselijk gebied onderdrukt had. Hij werd in dat jaar tot voorzitter van den Hof-krijgsraad benoemd, en overleed te Weenen den 26sten December 1831.

Laatst bijgewerkt 07-08-2018