Cabeljau betekenis & definitie

Jacob Cabeljau of Cabbelliau, heer van Mulhem, bevond zich bij de Watergeuzen voor den Briel en werd door Lumey met een aantal soldaten naar Enkhuizen gezonden, zoodra deze stad het Spaansche juk had afgeworpen. Daarna maakte hij met Nicolaas Ruychaver zich meester van Medemblik en werd er door den prins van Oranje aangesteld tot gouverneur. Vervolgens kreeg hij door welwillende onderhandeling Hoorn in zijne magt. Hij bleef echter te Medemblik, waar hij zijn gezag bedreigd zag door een gevaarlijk oproer, ’t geen evenwel door tusschenkomst van commissarissen van den Prins werd gedempt.

Inmiddels werd hij benoemd tot bevelhebber van Alkmaar, en na het innemen van Haarlem (1573) hield hij met een aantal soldaten Egmond en Heilo bezet. Bij de nadering van don Frederik moest hij terugtrekken, doch te Alkmaar was groote weifeling omtrent de partij, welke men diende te kiezen. Cabeljau en Ruychaver wilden er binnentrekken, maar zij zagen dien wensch eerst vervuld, toen de burgemeester Floris van Teylingen in de raadsvergadering oprees en zeide, dat hij met de Prins wilde leven en sterven. Toen opende de stadstimmerman Maarten Pietersz. van der Mey, geholpen door de mannen van Cabeljau, de poorten der stad.

Gedurende het beleg van Alkmaar wist hij door zijn voorbeeld allen tot moed en standvastigheid te bewegen. Zelfs eene ziekte, die hem aantastte, deed hem niet wankelen in het besluit om liever te sterven dan de stad te verlaten, zoodat het behoud van Alkmaar vooral aan hem moet worden toegeschreven.

Het schijnt, dat Cabeljau zich later naar Vlaanderen heeft begeven. Hij was er burgemeester van Oudenaerde, totdat deze stad in 1582 door Parma veroverd werd. In 1583 kwam hij met zijne ruiters te Gent, en overleed aldaar in 1584.

Laatst bijgewerkt 02-07-2018