Levenscyclus betekenis & definitie

Levenscyclus is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde begrip, waarmee de opeenvol-gende reeks perioden, of fasen, wordt aangeduid, vanaf het prille aanvangsmoment tot en met de afsluiting van het levensvatbaar zijn van – afhankelijk van de context – een (rechts)persoon, onderneming, product, zoals een vastgoedobject, waarbij elke fase binnen zo’n cyclus min of meer door gebeurtenissen worden afgegrensd van de voorafgaande en opvolgende fase.

Zie ook: cyclus, golf, golfbeweging, onderneming, periode, product, rechtspersoon en vast-goedobject.

De periode van het leven wordt gekenmerkt door de twee alles bepalende momenten: aan het begin en het einde ervan. Die twee momenten in de tijd gezien geven de ‘levensduur’ aan. Afhankelijk van de mate van gedetailleerdheid worden, binnen die levensduur meerdere ver-schillende fasen onderscheiden, maar daarbij heeft elke fase eigen kenmerkende en duidelijk onderscheidende karakteristieken. Tussen het startmoment aan het begin en aan het eind de af-sluiting, is het algemene opeenvolgende beeld ervan: een aanloopfase, waarna een opgaande fase, met doorontwikkeling tot volwassenheid en vervolgens een neergaande fase. Vaak wor-den daaraan als metafoor de benamingen van de seizoenen gekoppeld: lente – zomer – herfst – winter, evenals dat het geval is bij een golfbeweging, die ook cyclisch verloopt. De hierboven geschetste levenscyclus wordt ook wel als metafoor gebruikt op product- en on-dernemingsniveau. De achtereenvolgende fasen, die daarbij algemeen doorlopen worden, zijn de fase van: productontwikkeling c.q. startup – introductie – groei – volwassenheid – einde.

Grafisch wordt dat, met een beetje goede wil, weergegeven als een, naar rechts uit het lood ge-slagen, liggende letter S. Daarom wordt in dit verband ook wel gesproken van de ’S-Curve’. De eerste te nemen bocht van de S, linksonder, duikt vrijwel direct onder de denkbeeldig te trekken trendlijn. Dat impliceert een fase met aanloopverliezen ten gevolge van de ontwikke-lings- en marketingkosten, om het product c.q. de onderneming op te kunnen starten. Slaat de introductie in de markt aan, dan komt de ontwikkeling uit die bocht en wordt de weg naar bo-ven ingeslagen, waarmee de verliezen worden teruggebracht en sprake is van de eerste ge-maakte winsten. Bij verder succes treedt dan de groeifase in, wat als het goed is aanzienlijke schaalvergroting met zich meebrengt qua omzet, winst en marktpositionering. Actie roept reac-tie op, zodat na verloop van tijd de ontwikkeling gaat stagneren en de tweede kromming neer-waarts wordt ingezet, wat gebruikelijk het einde inluidt. Zie ook: kosten, marketing, markt, ontwikkeling, positionering, trend verlies en winst.

Omdat dit te doorlopen proces algemeen bekend is, doet het betrokken management er goed aan die eindfase te ontlopen. In dat geval wordt de ontwikkeling zelf afgekapt tegen het einde van de groeifase. Dat maakt van die S-figuur de zogenaamde ‘J-curve’, of het ‘hockeystick-model’. Die strategie is reeds vaak met succes toegepast, waarvan bekende voorbeelden zijn Philips en DSM, die hun onderneming meerdere malen opnieuw hebben ‘uitgevonden’. Dat vereist een tijdige opstart van een of meer alternatieven, waar de markt dan op dat moment rijp voor moet zijn (gemaakt), wil de switch succesvol verlopen. Waarbij bedacht moet worden, dat het gevreesde en te ontlopen omslagpunt in de ontwikkeling vaak sneller en plotseling komt, dan men zelf in de lijn van de meerjarenplanning gedacht had.

Zie ook: management.

Zowel de Sals de J-curve zijn een ‘model’, dat wil zeggen een voorstelling van wat mogelijk het werkelijke verloop zou kunnen zijn van het onderhavige thema. Het dient voor de simplifi-catie van een complexe werkelijkheid, waarbij de kern van de zaak duidelijk communiceerbaar en logisch begrijpelijk is gemaakt. Het kan dan gaan om berekeningen, maar eveneens over theorieën, al of niet gebaseerd op observaties, of eerdere onderzoeksresultaten.

Tags: cyclus – golf – golfbeweging – hockeystick-model – J-curve – kosten – levensduur – management – marketing – markt – model – onderneming – ontwikkeling – periode – positio-nering – product – rechtspersoon – S-curve – trend – vastgoedobject – verlies – winst.