straf betekenis & definitie

straf - Zelfstandignaamwoord
1. (juridisch) maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding

straf - Bijvoeglijk naamwoord
1. sterk, geconcentreerd
Straffe koffie.
Straffe verhalen.
2. streng

straf - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straffen
♢ Ik straf
2. gebiedende wijs van straffen
straf!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straffen
straf je?

Woordherkomst
waarschijnlijk ontstaan uit het bijvoeglijk naamwoord.