mooi betekenis & definitie

mooi - Bijvoeglijk naamwoord
1. (Noord-Nederland) prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken, schoon.
tab tab1">♢ Ze heeft een erg mooi gezichtje.
2. (Noord-Nederland) prettig, aangenaam.
Het is mooi weer vandaag.
3. (Noord-Nederland) (ironisch) onaangenaam, te ver gaand.
Nou wordt 'ie mooi!

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: moy, mooy
Oudernederlands: mōi
Germaans: *mawjaz (schoon, gewast)
Indo-Europees: *mou-io- (gewast)

Uitdrukkingen en gezegden
♦ er zit een mooie tijd aan te komen