mok betekenis & definitie

mok - Zelfstandignaamwoord
1. een (stenen) drinkbeker, meestal voorzien van een oor
2. (veeartsenij) een verzamelnaam voor verschillende vormen van huidirritaties en -ontstekingen aan de onderbenen van een paard, voornamelijk in de kootholte

mok - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mokken
♢ Ik mok
2. gebiedende wijs van mokken
mok!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mokken
mok je?