licht betekenis & definitie

licht - Zelfstandignaamwoord
1. (natuurkunde) elektromagnetische golven die met het oog kunnen worden waargenomen
(met een golflengte van 420-780nm)
2. een lamp of andere lichtbron
3. het licht: verstand krijgen
Na vele jaren vergeefs op school gezeten te hebben zag de jongen eindelijke het licht.

licht - Bijvoeglijk naamwoord
1. bleek, helder van tint of kleur
2. van een gering gewicht
3. luchtig, licht verteerbaar (gerecht)
4. onbeduidend, futiel (voorwerp of feit)

licht - Bijwoord
1. enigszins
2. lichtelijk
3. een beetje
4. een tikkeltje

licht - Werkwoord
1. enkelvoud tegenwoordige tijd van lichten
2. gebiedenwijs van lichten

Synoniemen
[1] helder

Antoniemen
[1] donker, [2] zwaar

Verwante begrippen
lamp, zon, schijnsel, schijnend, schijnen
Zie ook
Licht