gericht betekenis & definitie

gericht - Zelfstandignaamwoord
1. (juridisch) (formeel) gerecht, rechtbank, de rechter

gericht - Bijvoeglijk naamwoord
1. een bepaald doel hebbend
Door de gerichte actie van de politie werden veel dronken autobestuurders van de weg gehaald.

gericht - Deelwoord
1. voltooid deelwoord van richten
1. vormt de voltooide tijden
Heb je wel eens een geweer op iemand gericht?
2. vormt de lijdende vorm
Alle sollicitaties kunnen gericht worden aan het volgende adres.
3. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
Alle ogen zijn op hem gericht.
4. attributief gebruikt
Het was een gerichte aanval op het leiderschap van het land.
5. bijwoordelijk gebruikt
Een sollicitatiebrief, gericht aan het dagelijks bestuur, zien wij graag uiterlijk 10 dagen na het verschijnen van dit blad in de brievenbus.

Woordherkomst
Naamwoord van handeling van richten met het voorvoegsel ge-

Verwante begrippen
judicium, oordeel, vonnis