geen betekenis & definitie

geen - Lidwoord
1. ontkennend onbepaald lidwoord tegenovergestelde van één, niet een
Dit is geen webstek met winstbejag.
2. ontkennend onbepaald lidwoord tegenovergestelde van een onbepaald meervoud of onbepaalde hoeveelheid, niet
Met deze schoenen kun je geen bergen beklimmen.
Er zit geen suiker in de koffie
3. ontkennend bepaald lidwoord: niet, niet de, niet het
Hij zou geen paus worden.
4. nog geen: nu niets maar later wel
Ik heb nog geen huis gevonden in de stad waar ik nu werk, maar ik ben hard op zoek en zal er heus nog wel een vinden.

geen - Hoofdtelwoord
1. niet één, nul
Eergisteren zaten er nog vier kuikens in het nest, gisteren één en vandaag geen.

geen - Onbepaald voornaamwoord
1. niemand
Ik heb het alle deskundigen gevraagd, maar geen weet het antwoord.

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: gheen, ghene
Oudernederlands: gēnonbepaald lidwoord tegenovergestelde van één, niet een
Dit is geen webstek met winstbejag.
2. ontkennend onbepaald lidwoord tegenovergestelde van een onbepaald meervoud of onbepaalde hoeveelheid, niet
Met deze schoenen kun je geen bergen beklimmen.
Er zit geen suiker in de koffie
3. ontkennend bepaald lidwoord: niet, niet de, niet het
Hij zou geen paus worden.
4. nog geen: nu niets maar later wel
Ik heb nog geen huis gevonden in de stad waar ik nu werk, maar ik ben hard op zoek en zal er heus nog wel een vinden.

geen - Hoofdtelwoord
1. niet één, nul
Eergisteren zaten er nog vier kuikens in het nest, gisteren één en vandaag geen.

geen - Onbepaald voornaamwoord
1. niemand
Ik heb het alle deskundigen gevraagd, maar geen weet het antwoord.

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: gheen, ghene
Oudernederlands: gēn
Germaans: *jainaz

Gepubliceerd op 14-11-2017