enkel betekenis & definitie

enkel - Zelfstandignaamwoord
1. (m) (anatomie) gewricht dat de voet met het been verbindt
2. (n) (sport) enkelspel

enkel - Bijvoeglijk naamwoord
1. niet dubbel, bijvoorbeeld enkel spoor, enkele reis

enkel - Bijwoord
1. niet dubbel
2. niet meer dan

enkel - Voornaamwoord
1. weinig, een paar
Er valt vandaag een enkele bui.
Enkele vragen hebben.

Synoniemen
alleen
slechts

Antoniemen
[1] dubbel

Verwante begrippen
enkelingen