Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 10-11-2017

broek

betekenis & definitie

broek - Zelfstandignaamwoord
1. (kleding) een kledingstuk met twee afzonderlijke pijpen voor beide benen
Ook bij de elegante, wijde pantalons met korte jasjes die de afgelopen week voortdurend voorbij kwamen op de catwalks in Milaan en Parijs – het moet raar lopen, wil de broek met rechte, wijde pijpen geen succes worden – gingen de gedachten geregeld naar Lanvin. Lanvin is een referentiepunt geworden in de mannenmode.
2. (n): een moerassig gebied, moeras
3. (valkerij) de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot