bevoegd betekenis & definitie

bevoegd - Bijvoeglijk naamwoord
1. officieel gerechtigd zijn iets te doen
tab tab1">♢ Je zult in gevallen van twijfel contact moeten opnemen met het bevoegd gezag.
Iemand jonger dan 18 is niet bevoegd om een motorvoertuig te besturen.

Antoniemen
onbevoegd

Verwante begrippen
bedreven, deskundig, ervaren, geschoold, vakbekwaam