Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

SNAAKSCH

betekenis & definitie

SNAAKSCH - bn. (-er, meest-), kluchtig, grappig, koddig: een snaaksche vent. SNAAKSCHHEID, v. grappigheid, kluchtige manieren.