Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Klamp

betekenis & definitie

Het begrip klamp heeft 2 verschillende betekenissen:

1. klamp - KLAMP, m. (-en), hoop, stapel, klomp een klamp hooi, een klamp turf.

2. klamp - KLAMP, m. (-en), (timm. mets.) houten belegstuk om planken, balken enz. bij elkaar te houden of meerder stevigheid te geven een klamp op den bodem van een vat;
— houten belegstuk over naden, kieren, reten enz. gespijkerd om deze te dichten;
— laag steenen ergens tegen gemetseld tot meerder stevigheid of om een lek te dichten een steenen klamp; ■
— • een stuk leer, ook koeklauw geheeten, dat men voor en achter met houten pennen onder de klompen slaat, om het slijten tegen te gaan.