Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gloepe

betekenis & definitie

GLOEPE, v. (-n), (gew.) eendenkooi; (ook) een fuikvormig latwerk in de eendenkooi. Vgl. GLUIP.