Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Kleomenes III & Agis IV

betekenis & definitie

Kleomenos III & Agis IV ondernamen in de 3e eeuw v.C. pogingen om Sparta terug te brengen tot het systeem dat Lykourgos had ingericht. Zij beoogden dit te bereiken met een verdeling van het grootgrondbezit en een uitbreiding van de tot 700 mannen ineengeschrompelde elite van Spartiaten naar 4000.

De eerste hervormer, koning Agis, die regeerde van 244 tot 241, stuitte op verzet van zijn medekoning Leonidas. Dankzij steun van de efoor Lysandros kreeg hij de overhand, zodat Leonidas uit Sparta moest vertrekken. Toen de tegenstanders van Agis weer aan de macht kwamen, kon Leonidas terugkeren. Agis werd gewurgd. Op verzoek van zijn dochter Chilonis spaarde Leonidas haar echtgenoot Kleombrotos, een medestan-der van Agis. Chilonis volgde haar man vrijwillig in de hem opgelegde verbanning.

Een zoon van deze reactionaire Leonidas echter, Kleomenes, nam de fakkel van de hervorming over en realiseerde tijdens zijn regering van 235 tot 221 de nagestreefde veranderingen. Hij was een leerling van de stoïcus Sphairos, zelf weer een volgeling van Kleanthes. Na enige tijd werden de door Kleomenes geboekte resultaten ongedaan gemaakt, toen de Achaiers en Macedoniërs na een nederlaag van Kleomenes Sparta voor het eerst in zijn geschiedenis bezetten. Kleomenes vluchtte naar zijn bondgenoot Ptolemaios iii in Egypte. Na de dood van deze vorst verging het Kleomenes slecht: hij werd feitelijk gevangen gezet door Ptolemaios iv en vond met zijn met-gezellen een eervolle dood tijdens een ontsnap-pingspoging uit Alexandrië. Een fiere Kratesikleia, moeder van Kleomenes, werd met haar klein-kinderen omgebracht door de beulen van de koning.

De gegevens over de tweestrijd tussen Agis en Leonidas en de daaropvolgende lotgevallen van Leonidas’ zoon Kleomenes zijn hoofdzakelijk te vinden in Ploutarchos’ dubbelbiografie van Agis en Kleomenes, pendant van de dubbelbiografie van de Romeinse sociale hervormers, de Gracchi. Tegenover een edele Agis staat een brute Leo-nidas, verdediger van de belangen van de rijken, die slechts clementie toont tegenover Kleom-brotos. Polybios behandelt de door Kleomenes gevoerde oorlogen, geeft slechts een kort relaas van de dood van Kleomenes en de zijnen en kwali-ficeert het bewind van Kleomenes als een tirannie.

Agis verschijnt als goede vorst in toneelstukken van Guérin de Bouscal 1642 en Home 1758 en in een jeugdwerk van Pestalozzi 1765, dat een satire is op de aristocratie. Een meer uitgesproken sociaal-revolutionaire lading hebben tragedies van Alfieri 1786 en Laignelot 1782. De scène waarin Chilonis begenadiging vraagt voor haar echtgenoot, maakt enige opgang in de neoclassicistische schilderkunst: Torelli ca. 1740 in een plafondschildering in de Ermitage te Bayreuth, West 1768, Perrin voor de Parijse Salon van 1787 en Fortin voor die van 1789, waar Monsiau een doek met de dood van Agis exposeerde.

De stoïcijnse dood van Kleomenes en Kratesi-kleia wordt op het toneel gebracht door Bozzi in een tragedie 1591 en Montchrestien 1604 (Les Lacènes = De Lacoonse/Spartaanse vrouwen). Kratesikleia is een exemplum van constantia in de Monita et exempla politica van Lipsius 1605. Liefdesverwikkelingen van eigen makelij domineren in de Kleomenes-stukken van Guérin de Bouscal 1640 en Dryden 1692.