Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Kambyses

betekenis & definitie

Kambyses († 522) volgde in 529 zijn vader Kyros op als koning van de Perzen. Herodotos beschrijft hoe hij slaagde in de reeds door Kyros voorgenomen verovering van Egypte. Hij ging zich allengs steeds grilliger en godslasterlijker gedragen en liet bijvoorbeeld het lijk van de Egyp-tische koning Amasis opgraven en geselen. Hij schoot de zoon van zijn vertrouweling Prexaspes neer en liet diens vader de kwaliteit van het schot prijzen. Zelfs sloeg hij de hand aan het voor de Egyptenaren goddelijke stierkalf Apis. Hij werd na zijn dood opgevolgd door Dareios.

Los van de beschrijving van deze teloorgang van zijn troon en zijn geestelijke vermogens verhaalt Herodotos hoe Kambyses een zekere Sisam-nes liet villen, omdat deze zich in zijn functie van rechter corrupt had getoond. De rechterstoel werd bekleed met Sisamnes’ huid en diens zoon Otanes moest als opvolger op deze stoel plaatsnemen. Valerius Maximus haalt het villen van de magistraat en de beschreven installatie van de zoon aan als voorbeeld van een gestreng optreden tegen een corrupte rechter.

In de oudheid speelt Kambyses in de literatuur slechts een bescheiden rol. Het ‘oordeel van Kam-byses’ heeft, in een traditie die teruggaat op Valerius Maximus en niet op de pas laat ter beschikking gekomen Herodotos-tekst, met name in de beeldende kunst vanaf de 15e eeuw een grote verbreiding gekregen. In de Lage Landen en Duitsland behoort het tot de meest voorkomende ‘gerechtigheidsvoorstellingen’. De oudste bewaard gebleven voorstelling bestaat uit twee door David in 1498 voltooide panelen voor de schepenzaal te Brugge (nu in het Groeningemuseum). Uit dezelfde tijd stamt een stuk van Provost. Vervolgens zijn er tal van werken die zich als waarschuwingen aan het adres van de magistraten bevinden of hebben bevonden in raadhuizen of andere zetels van het burgerlijk gezag, bijvoorbeeld in het raadhuis van Dantzig (ca. 1568, anoniem, in combinatie met Zaleukos en Crassus die, als dodelijke straf voor zijn hebzucht, van de Parthen gesmolten goud ingegoten krijgt), Harderwijk (Isaacsz. 1661), Naarden (anoniem ca. 1601), Alkmaar (Van der Heck ca. 1616-20), Brussel (een verloren gegaan schilderij van Rubens), Breslau (Willmann 1664) en Bergues (Beschey midden 18e eeuw). Het stadsbestuur van Münster liet het tafereel niet alleen op glas schilderen (Faber 1618), maar ook weven in een tapijt voor het balkon waarop de jaarlijks verkozen magistraten zich aan het volk presenteerden. Een uitzondering op zulke openbare bestemmingen is een verloren gegaan schilderij, waarschijnlijk van Ratgeb ca. 1600, dat zich heeft bevonden in het huis van een Frankfortse koopman, naast een voorstelling van Coriolanus. Deze combinatie drukt waarschijn-lijk de gedachte uit dat men wel zijn ouders moet respecteren, maar hen niet moet volgen in het kwaad. De oorspronkelijke bestemming van een paneel van Cranach ca. 1535 is onbekend; het is in later tijd op bevel van de keurvorst opgehangen in een Berlijnse rechtszaal ter vermaning van rechters die hem onwelgevallige uitspraken hadden gedaan. Ten zuiden van de Alpen is de scène in een publiek gebouw alleen te signaleren in het Palazzo Municipale te Brescia (Campi begin 16e eeuw).

Sprekend is dat Beham in 1537 de Kambysesscène graveert voor de titelpagina van een Duits handboek over het procesrecht, naast afbeeldingen van het oordeel van Salomo, van Christus en de overspelige vrouw en van Zaleukos. Een combinatie met onder meer Salomo is er ook in een reeks gravures naar ontwerpen van Wtewael, in 1605-06 uitgegeven onder de titel Thronus iustitiae. Een andere scène in deze reeks gerechtigheidsvoorstellingen betreft de rechter Bias uit Priëne in de 6e eeuw v.C., een van de Zeven Wijzen (Solon). Naar verluidt kon deze zijn strenge vonnissen niet uitspreken zonder tranen van mededogen te vergieten.