Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Hera

betekenis & definitie

Hera (Lat. iuno) was de dochter van Rheia en Kronos, die haar bij haar geboorte verslond.

Ze werd uit het lichaam van haar vader bevrijd door haar broer Zeus, met wie zij een heilig huwelijk (hieros gamos of hierogameia) sloot. Ze schonk Zeus vier kinderen: Ares, de godin van de geboorte Eileithyia, Hebe en Hephaistos. Dit laatste kind vond zij zo lelijk dat ze het van de Olympos slingerde.

Hera wordt vereerd als de schutsvrouwe van de gehuwde vrouwen, door haar bijgestaan bij de bevalling en de instandhouding van de echtelijke trouw. In de op haar betrekking hebbende myth-en, soms met burleske kleuring, toont zij zich een echtgenote die zich niet neerlegt bij de veelvuldige overspeligheid van Zeus en die zijn minnaressen en hun door Zeus verwekte kinderen met haar wraakzucht achtervolgt. Zo richt haar gramschap zich onder andere op Kallisto, Semele, Ino, Leto, Alkmene en Zeus’ zoon Herakles. Een van Zeus’ minnaressen, Io, die tot koe is getransformeerd, laat zij bewaken door de met een groot aantal ogen uitgeruste herder Argos. Deze wordt op bevel van Zeus door Hermes gedood en zijn ogen krijgen plaats in een pauwen-staart. Dit dier is aan Hera gewijd.

Toen Zeus op een dag genoeg had van haar jaloezie, hing hij haar aan haar polsen aan de Olym-pos op, terwijl hij aan haar voeten aambeelden bevestigde.

Eens ondernam Zeus een poging Herakles onsterfelijk te maken door hem aan de borst van de slapende Hera te zogen, maar zij stootte het kind van zich af. Zij verloor daarbij echter enige druppels moedermelk, die aan de hemel als Melkweg vereeuwigd werden.

Haar wrok jegens de Trojanen, die leidt tot een aantal door Homeros in de Ilias beschreven conflicten met Zeus, gaat terug op het oordeel van Paris, die niet haar of Athena, maar Aphrodite had aangewezen als schoonste van de godinnen. Zelfs Aeneas, die na de val van Troje als overlevende naar Italië trekt, moet daarvan nog de gevolgen ondervinden. Vaak treedt ze dan ook samen met Athena in de strijd. De Argonauten zijn steeds van haar hulp verzekerd, evenals de ‘Zeven tegen Thebe’ (Alkmaion) in Boiotië (= Koeienland). Elementen uit deze mythen en de vaste aanduiding ‘koe-ogig’ bij Homeros wijzen op Hera’s functie als beschermster van de kudden.

In Rome wordt zij samen met Iupiter en Minerva op het Capitool vereerd als de Trias Capitolina. Op die heuvel staat ook de tempel voor Iuno Moneta (wellicht te duiden als ‘de waar-schuwster’ vanwege de ganzen die eens op deze heuvel de wacht waarschuwden toen de vijand een aanval ondernam) met ernaast de Munt, welk woord van die bijnaam is afgeleid.

De verering van Hera en Zeus samen is pas in de archaïsche tijd zeker. Hun hiërogameia zou op de berg Ida (Kreta) hebben plaatsgevonden.

De hierogameia is op een metope van Selinous ca. 460 v.C. (nu Archeologisch Museum Palermo), voorgesteld en wellicht reeds op een metope in de burcht te Mykene van ca. 620 v.C. In de Romeinse tijd keert het thema in de wandschilderkunst terug. De godin neemt in de Gigantomachie (Giganten) en godenverzamelingen (bijv. het fries van het Parthenon) een prominente plaats in. Ze is overigens reeds in prehistorische tijden in de vorm van plankvormige idolen voorgesteld en vanaf de 8e eeuw als hiëratische gestalte in hout (Samos, 650) en steen. Op het hoofd heeft de altijd als matrone voorgestelde godin vaak een torenvormige kroon of een sluier. Attributen zijn scepter, diadeem en pauw, soms ook leeuw of rund. Romeinse beelden als de Hera Borghese en de Hera Barberini gaan op klassieke voorbeelden van ca. 420 terug. De Iuno Ludovisi, een classicistisch werk van ca. 40 n.C., gold voor Winckelmann, Goethe en Schiller als het absolute hoogtepunt in de antieke kunst (‘Junonische Schönheit’). Goethe bezat een gipsen, in Rome gekochte kopie van dit beeld, dat vermoedelijk een prinses uit de Julisch-Claudische dynastie, Antonia Minor, voorstelt. De Trias Capitolina is door munten, reliëfs en een marmeren beeld uit de omgeving van Tivoli bekend.

In de beeldende kunst van de nieuwe tijd neemt Hera, veelal herkenbaar aan haar pauw, uiteraard haar plaats in te midden van de goden en voorts in het Paris-oordeel of aan de zijde van Zeus (bijv. Annibale Carracci in het Palazzo Farnese te Rome ca. 1597-1600). Hoofdpersoon is zij vooral in de scène waarin zij, ten vervolge op het doden door Hermes van de door haar als bewaker aange-stelde, veelogige Argos, diens ogen overplant of doet overplanten in een pauwenstaart (Io).

In het mythologisch geïnspireerde baroktheater is Hera een standaardverschijning: als voorvechtster van de huwelijkstrouw treedt zij op als antagoniste van de tot overspeligheid aanzettende Aphrodite. In de literatuur en het theater is zij hoogst zelden een personage op het eerste plan. O’Casey 1924 geeft haar naam aan een realistische en vitale proletarische vrouw in Dublin, omgeven door nietsnutten. Hoofdfiguur is zij voorts in deel ii van Spittelers Olympische Frühling 1900-06.