Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Empedokles

betekenis & definitie

Empedokles (ca. 490-430) was arts, profeet en wijze in zijn geboortestad Akragas (Agrigento op Sicilië). Voor velen gold hij als wonderdoener. Herakleides Pontikos, een leerling van Plato, verhaalt in een fragmentarisch bewaard gebleven tekst hoe Empedokles zijn echtgenote Pantheia, die vrijwel dood was of zelfs al de geest had gegeven, weer tot leven wist te wekken. Hij was een door Aristoteles hooggeschatte natuurfilosoof, die in zijn grote leerdicht Peri physeos (Over de natuur) het heelal herleidde tot vier wortels of elementen: water, lucht, vuur en aarde. De steeds wisselende samenstellingen van die elementen zorgen voor de verschillende stoffen en vormen. In dat proces spelen haat en liefde een beslissende, stabiliserende rol als verbindende én als scheidende krachten. Zijn filosofie over het gelijkblijven van de natuur door allerhande transformaties heen bracht hem tot de opvatting dat hij zelf allerlei gedaanten had doorlopen: jongen, meisje, vogel, vis en ten slotte mens. Deze gedachte beschreef hij in het omvangrijke dichtwerk Katharmoi (Reinigingen), waarvan helaas slechts fragmenten bewaard zijn gebleven.

Diogenes Laërtios, die op een wat onwelwillende wijze verschillende anekdoten over Empedokles vertelt, bericht de verhalen die over het levenseinde van de filosoof de ronde deden. Hij had zijn medemensen willen laten geloven dat hij als een god ten hemel was gevaren, maar nadat hij, om zijn ‘gewone’ sterven te maskeren, in de krater van de Etna was gesprongen, viel hij postuum door de mand: de Etna spuwde een van zijn sandalen uit.

De opwekking van Pantheia is in de late oudheid voor de christenen passend gemaakt als een voorbode van Christus’ opwekking: in geschrifte door Origenes (Contra Celsum), in de beeldende kunst in een schildering in de catacomben aan de Via Latina te Rome 4e eeuw.

In de literatuur krijgt Empedokles pas laat enige betekenis. Hölderlin werkte in de jaren 1798-1800 aan zijn onvoltooid gebleven treurspel Der Tod des Empedokles. Het is een vrije bewerking van de stof, waarin de filosoof, die zijn volk een nieuwe en zuivere religie heeft willen brengen maar die daarop is verbannen, zich door zijn sprong in de Etna verenigt met de oneindige natuur. Arnold schetst in het ‘dramatic poem’ Empedocles on Etna 1852 een gesprek tussen Empedokles en twee herders. De moe geworden filosoof ziet terug op zijn leven en besluit in de krater van de vulkaan te springen. Brecht 1938 volgt in zijn gedicht over Empedokles’ dood Diogenes Laërtios en Horatius’ Ars poetica. In de Nederlandse letteren treedt de filosoof onder meer naar voren in een prozagedicht van Andreus 1955 en in Hölderlins toren 1981 van Freriks.

In de beeldende kunst komt Empedokles maar sporadisch voor. Rosa ca. 1660 beeldt af hoe Empedokles in de vulkaan springt.