Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Endymion

betekenis & definitie

Endymion, koning van Elis was zoon of althans afstammeling van Zeus; een jeugdige en mooie jager of herder en de geliefde van de godin van de maan, Selene (Lat. Luna), die overigens van ouds-her gelijkgesteld wordt met Artemis/Diana. Van de godin kreeg hij liefst vijftig dochters.

Hij sliep een eeuwige slaap, omdat Selene het niet kon verdragen dat hij eens zou moeten sterven, en zij placht hem ’s nachts ongezien te bezoeken. Plato, Aristoles, Apollodoros en Pausanias geven uiteenlopende verklaringen voor die slaap, tijdens welke hij overigens zijn ogen openhield en Selene kon zien. Selene zou hem hebben doen inslapen vanwege haar voorkeur voor een kuise liefde of Endymion zou Zeus of Selene hebben gevraagd om die eeuwige slaap, opdat hij zijn schoonheid niet zou verliezen. Propertius dicht dat beiden tijdens de liefdesslaap naakt waren.

De eeuwige slaap van Endymion en het bezoek van Selene met een maansikkel op het voorhoofd, die daartoe uit de hemel neerdaalt of van haar wagen stijgt, zijn onderwerp van Romeinse schilderingen, reliëfs en mozaïeken. Het thema komt veelvuldig voor op Romeinse sarcofagen, naar sommigen aannemen vanwege de symbolische duiding van het verhaal: de dood als een bevrijding door een godheid van het aardse bestaan. Ook wordt er uitdrukking gegeven aan de liefdesband tussen echtgenoten, versterkt doordat aan de reliëffiguren portrettrekken worden gegeven.

Ook in de literatuur van de nieuwe tijd is de mythe symbolisch voor de ontrukking aan het aardse bestaan (bijv. Lyly, een toneelwerk 1591), een gedachte die terugkeert in de emblematiek. Daarnaast kan de mythe verwijzen naar de superioriteit van de kuise liefde (Drayton, pastoraal gedicht 1595), naar de superioriteit van de idee boven de werkelijke ervaring (Wieland, verhalend gedicht 1762), naar de superioriteit van de liefde jegens het goddelijke boven de aardse passie (Keats, gedicht 1816), naar de onbereikbare liefde van (een) god (Platen, gedicht 1820) en ten slotte naar de eeuwige slaap in intacte schoonheid (bijv. Wilde, gedicht 1881).

Moeilijker vast te stellen is wat de beeldende kunstenaars aanzet tot het uitbeelden van de mythe, al is aan te nemen dat een Endymion-stuk in een aantal gevallen bestemd was voor het slaap-vertrek. Van de talrijke geschilderde voorstellingen noemen we Cima da Conegliano ca. 1500, Zucchi 1572 (plafondschildering in het Uffizi te Florence), Van Dyck ca. 1622-27, Poussin ca. 1632 (bij uitzondering een niet-slapende Endymion), Guercino ca. 1640 en 1647, Mola ca. 1654, De Lairesse ca. 1677-80 (Rijksmuseum Amsterdam, afkomstig uit een slaapkamer van Soestdijk), Jean-Baptiste van Loo 1731 (Kon. Musea voor Schone Kunsten Brussel), Gran 1755 (fresco in Schloss Friedau in Obergrafendorf), Girodet 1793, Etty ca. 1833-37 en een beeldengroep van Canova ca. 1820.

In de 17e eeuw was het idyllische Endymion-thema onderwerp van opera’s van o.m. Bernabei/Orlando 1688 en Keiser 1700. In de 18e eeuw overheerst ook voor deze mythe een libretto van Metastasio, met verklankingen van o.a. Sarro 1721, Hasse 1743 en Jommelli 1756. Het verhaal leende zich verder voor een ballet van Lully, La nuit 1653, een cantate van J.S. Bach en serenades van J.C. Bach 1772 en Hummel 1807.