Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Archimedes

betekenis & definitie

Archimedes (287-212) was de zoon van de astronoom Pheidias in de Siciliaanse havenstad Syracuse. Tijdens een verblijf in Alexandrië ontwikkelde hij zich tot een groot mathematicus en natuurkundige en zijn gehele leven zou gewijd blijven aan de wiskunde.

De weinige verhalen die over de geleerde bekend zijn, hebben overwegend betrekking op zijn laatste levensjaar en op de ontdekking van het soortelijk gewicht. Voor de koning van Syracuse, Hiëron, moest hij vaststellen hoeveel goud en zilver zijn kroon bevatte. Tijdens het baden zou hij bij toeval de oplossing hebben gevonden en ‘Heureka’ (Ik heb het gevonden) hebben uitgeroepen; deze uitspraak, die door Vitruvius in zijn De architectura en door Ploutarchos in een traktaat over Epikouros in de Moralia geciteerd werd, is een gevleugeld woord geworden. In zijn Marcellus-biografie legt Ploutarchos Archimedes ook de uitspraak ‘Geef mij een plaats waar ik kan staan en ik zal de aarde bewegen’ in de mond: de geleerde wil laten zien dat elk object, hoe zwaar ook, in beweging moet kunnen worden gebracht.

Polybios, Livius en vooral Ploutarchos beschrijven hoe Archimedes, wanneer zijn vaderstad wordt belegerd door Romeinse troepen onder leiding van Marcellus, zijn kundigheden in de strijd werpt. Zo worden de Romeinen bekogeld met projectielen in allerlei formaten, geslingerd over alle afstanden door machines naar zijn ontwerp. De Romeinse schepen worden, wanneer ze doordringen tot bij de stadsmuren, door ingenieuze constructies uit het water getild en dan weer omlaaggesmeten. Aan de landzijde vergaat het de Romeinen evenmin goed en Marcellus ziet zich genoodzaakt tot een langdurige belegering. Volgens Diokles, de auteur van een werk over brandspiegels rond 200 n.C. dat in fragmenten en in Arabische vertalingen bekend is, zou Archimedes er zelfs in zijn geslaagd met een brandglas een deel van de Romeinse vloot in vlammen te doen opgaan.

Als Syracuse eindelijk is gevallen en de burgers aan plunderingen en slachtpartijen zijn overgegeven, dringt een Romeinse soldaat de woning van Archimedes binnen; hij treft de geleerde aan terwijl deze verzonken is in de bestudering van in het stof getekende wiskundige figuren. Archimedes vraagt de soldaat slechts om zijn tekeningen niet door de war te maken, zoals we lezen bij Diodoros Sikoulos, Livius en Ploutarchos. Het gevleugelde woord ‘noli turbare circulos meos’ (maak mijn cirkels niet in de war) is een parafrase op de uitroep ‘noli, obsecro, illum disturbare’ (maak dat, smeek ik U, niet in de war), die hem door Valerius Maximus in de mond wordt gelegd. De soldaat steekt Archimedes neer, tot spijt van Marcellus, die een groot respect voor de geleerde heeft. Hij kan hem alleen nog een eervolle begrafenis geven. Later werd zijn graf ontdekt door Cicero, toen deze praetor van Sicilië was.

Ploutarchos schetst een Archimedes voor wie de abstracte en intellectuele schoonheid van de wiskunde boven alles gaat; zijn levenseinde illus-treert dit. Archimedes blijft tot in de moderne tijd te boek staan als een van de grote geleerden op het gebied van de exacte wetenschappen en zijn werken, of de aan hem toegeschreven traktaten, hadden eeuwenlang enorme invloed. Zo werd een middeleeuwse puzzel met mathematische figuren die in steeds andere volgorde kun-nen worden gelegd, loculus archimedius genoemd.

Zijn er van Archimedes geen portretten uit de oudheid bekend, laat staan voorstellingen van zijn levenseinde, deze dood is in de nieuwe tijd geliefd. Zo vinden we de dood van de geleerde (naast de verwoesting van de Romeinse schepen) in een fresco van Perino del Vaga in de Stanza della Segnatura 1511 in het Vaticaan, in een programma dat in het teken staat van de verheerlijking van theologie en antieke wijsbegeerte. Carducho schilderde de scène 1592 in de sectie ‘geometria’ van de bibliotheek van het Escoriaal bij Madrid. Het motief komt zowel voor in de Italiaanse beeldende kunst van de 17e eeuw, bijvoorbeeld in drie werken uit de kring van Giordano ca. 1650 in een grote reeks ‘portretten’ van filosofen, als in de Duitse van die tijd, bijvoorbeeld in een schilderij van Sandrart de Oudere ca. 1642. Rosa neemt Archimedes op in een reeks ‘portretten’ van antieke filosofen uit 1637. West 1804 vereeuwigt Cicero bij het graf van Archimedes.

Zeer sprekend is de positie van Archimedes’ levenseinde in de cyclus van Delacroix 1844-47 in de bibliotheek van het Palais Bourbon te Parijs. In deze cyclus, die in het teken staat van de keuze tussen de beschaving (Orpheus) en de barbarij (Attila), geeft Delacroix twintig exempla van wijsheid en intellectuele ijver: bijvoorbeeld Plinius Maior als observator van de beruchte Vesuvius-uitbarsting van 79 n.C., waarbij hij zelf omkwam; Herodotos die in Egypte notities verzamelt; Aristoteles die een beschrijving maakt van de hem door Alexander toegezonden dieren; Demosthenes die zich oefent door zijn stemgeluid te meten met het donderen van de golven van de zee. Vier van deze superieure mannen worden getoond als slachtoffers van de platheid en het on-begrip van hun medemensen: Seneca moet zich-zelf van het leven beroven, Johannes de Doper wordt onthoofd, Ovidius is verbannen en Archimedes wordt door een soldaat neergestoken.