Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Alkibiades

betekenis & definitie

Alkibiades (ca. 450-404) groeide na de dood van zijn vader Kleinias op in het huis van de met hem verwante Perikles, die volgens alle auteurs weinig terechtbracht van de opvoeding. Hij toonde, aldus Ploutarchos in zijn biografie, al op jeugdige leeftijd overwicht en durf. Zo slaagde de jongen erin een wagenvoerder, die over zijn op straat gerolde bikkels dreigde te rijden, tot stoppen te dwingen door zich voor de wagen op de grond te werpen. Zijn schoonheid en brille deden vele man-nen naar zijn gunsten dingen. Hij gaf echter, al-thans gedurende enige tijd, de voorkeur aan omgang met Sokrates, zijn geliefde en liefhebbende leermeester, wiens strenge zedelijke principes een tegengif waren tegen de vleierij en hofmakerij waarmee anderen Alkibiades omringden.

De wijze lessen van en de vriendschap met Sokrates, die zij aan zij met hem streed in de slagen bij Poteidaia en Delion (428), konden niet verhinderen dat de jonge, hogelijk getalenteerde en puissant rijke edelman zich overgaf aan praalzucht, provocaties en een losbandig leven, waarmee hij de Atheners charmeerde of ergerde, maar in ieder geval fascineerde. Sokrates moest hem zowel op het slagveld als aan een banket terechtwijzen, omdat hij al te onmatig en onbeheerst optrad. Hij bouwde een zeer succesvolle renstal op. In zijn huis liet hij – ongewoon voor een par-ticulier – door Aristophon of Aglaophon een allegorische schildering aanbrengen met hemzelf op de knieën van een personificatie van Nemea, omdat hij bij de Nemeïsche Spelen een atletiek-wedstrijd had gewonnen. Hij toonde zich onbeschaamd tegenover vooraanstaande Atheners en sleepte zijn vrouw Hipparete, die zich, zijn losbandig leven en promiscuïteit moe, naar de rechter had begeven om echtscheiding te vragen, aan de haren het huis weer in. Hij verminkte een hond door het dier de staart af te hakken en gaf als motief dat de Atheners die zich daar druk overmaakten, dan geen slechtere dingen over hem zouden vertellen.

In de politiek wierp hij zich na Perikles’ dood in 429 op als woordvoerder van de democratische krachten en toonde hij zich een effectief redenaar, die zijn publiek goed wist te bespelen. Om terrein te winnen op de zwakke, maar vredelievende Nikias plaatste hij zich aan het hoofd van de oorlogszuchtige factie, die zich verzette tegen de door deze generaal begonnen vredesbesprekingen met Sparta. Later onderscheidde hij zich in gevechten op de Peloponnesos.

Alkibiades maakt zich vanaf 415 sterk voor een expeditie naar Sicilië om de bondgenoten Segesta en Syracuse te helpen. Nikias neemt tegen wil en dank met Alkibiades en Lamachos de leiding op zich van een groot expeditieleger. Nog voor vertrek rijst de verdenking dat Alkibiades en zijn vrienden de hand hebben gehad in de verminking van in het openbaar opgestelde hermen, die in Athene grote verering genoten vanwege hun religieuze functie. De volkswoede tegen Alkibiades en de zijnen neemt kort na de inscheping zodanig toe dat al snel een gezantschap naar Sicilië wordt gestuurd om de verdachte op te halen voor berechting in het zogenaamde Hermokopidenproces. Alkibiades vlucht in Thourioi van het admiraalsschip en zoekt, bij verstek ter dood veroordeeld, zijn heil in Sparta. Hij past zich uitstekend aan – Ploutarchos gebruikt hier het beeld van een kameleon – aan de strenge zeden van Sparta en krijgt belangrijke militaire taken te vervullen in de strijd tegen het door het mislukte Sicilië-avontuur verzwakte Athene. De enige smet op zijn nieuwe reputatie is, aldus Plou-tarchos, dat hij een kind verwekt bij de echtgenote van koning Agis, die uit wraak een moord op hem beraamt. Als Alkibiades, inmiddels gevlucht naar Klein-Azië, dit hoort, loopt hij over naar de Perzische satraap Tissaphernes. Dan volgen jaren waarin hij een uiterst ingewikkeld spel speelt in de intriges binnen de kringen rond de satraap, in de verhouding tussen Sparta, Athene en de Per-zen, en in de interne verhoudingen binnen Athene. Hij heeft de hand in een oligarchische staatsgreep in die stad, die hem echter niet de verbeide terugkeer brengt. Hij laat zich dan kiezen tot aanvoerder van de democratisch gezinde manschappen van een deel van de Atheense vloot, verslaat de Spartaanse vloot en maakt een triomfale intocht in Athene, waar zijn positie evenwel wankel blijft door persoonlijke en politieke tegenstellingen. Als de Spartanen onder de vlootvoogd Lysandros zich verbinden met de Perzen zodat de Atheners aan de verliezende hand raken, komt het tot de politieke val van Alkibiades, die Athene opnieuw moet verlaten.

Op instigatie van de Spartanen, die vrezen dat het Alkibiades opnieuw zal lukken een wig te drijven tussen hen en de Perzen, wordt hij in 402 door manschappen van de satraap Pharnabazos te Melissa in Thracië gedood. Nepos beschrijft hoe handlangers van Pharnabazos proberen het huis waarin Alkibiades zich bevindt, in brand te steken. Deze zou hebben weten te ontsnappen, maar later toch zijn afgemaakt. Zijn lijk werd door zijn toenmalige metgezellin in een kleed gewikkeld en zou op een door de brandstichters opgerichte brandstapel zijn gecremeerd. Volgens Ploutarchos zouden broers van het meisje de moordenaars zijn geweest. Iustinus meent dat Alkibiades levend werd verbrand, en wel door handlangers van de Dertig, die inmiddels in Athene een tirannieke macht uitoefenden.

De opmerkelijke verhouding tussen Sokrates en Alkibiades wordt opgevoerd in een aantal dialogen van Plato. De frivole levenswandel enerzijds, de affectie en het respect voor de leermeester anderzijds, worden levendig geschilderd in het Symposion (‘Gastmaal’). Een door drank benevelde Alkibiades valt het huis binnen waar Sokrates deelneemt aan de maaltijd en waar de disgenoten juist een uiteenzetting hebben gegeven over de liefde. Uitgenodigd om op zijn beurt over de liefde te spreken houdt hij een betoog waarin hij zich plagerig toont, maar vervolgens getuigt van zijn vriendschap en bewondering voor de filosoof. Alkibiades vermeldt hier ook dat Sokrates eens op het slagveld het leven van zijn vriend had gered en dat een onderscheiding die aan Alkibiades was toegekend, eigenlijk de filosoof had moeten toevallen. In twee Alkibiades-dialogen van Plato toont hij zich onstuimig, ijdel en ambitieus, maar steeds ontvankelijk voor de les-sen van zijn vriend. Ook Xenophon belicht in een Symposion, waarschijnlijk in reactie op beschuldigingen aan het adres van Sokrates als zou hij Alkibiades en andere Atheense jongelingen heb-ben gecorrumpeerd, dat Sokrates er slechts op uit was geweest de jongeman, van zichzelf onbeheerst en eerzuchtig, op het rechte pad te brengen. Andokides’ rede Over de mysteriën licht ons in over het Hermokopidenproces. Tal van andere contemporaine en latere geschriften getuigen van een mengeling van afkeer en bewondering voor het karakter en politieke drijven van Alkibiades: verspreide opmerkingen in de komedies van Aristophanes, teksten van Lysias en Isokrates en de voor latere eeuwen beeldbepalende biografie van Ploutarchos. Bij Aristophanes speelt ook Alkibiades’ al te zeer geëtaleerde homo-erotiek een rol; niet zozeer de homoseksualiteit als wel de verwijfdheid wordt gegispt. In de vierde satire van Persius (tijd van Nero) krijgt Alkibiades van Sokrates een les in de Romeinse moraal.

In de middeleeuwen geldt Alkibiades soms als vrouwelijke partner van Sokrates. Het aan Rocco of Pallavicino toegeschreven, licht pornografische Alcibiade fanciullo a scuola ca. 1600 bevat een in de vorm van een platoonse dialoog gebrachte verdediging van de homoseksualiteit; het beleefde verscheidene herdrukken en werd vertaald in het Duits en het Frans. Otway schreef in 1675 een drama over de vriendschap van Alkibiades en Sokrates zonder een dergelijke teneur. Voor het overige geldt Alkibiades veelal als toonbeeld van ijdelheid, eerzucht en cynisme. Aldus treedt hij naar voren in de Dialogues des morts 1712, door Fénelon geschreven voor de Franse kroonprins, die aan hem was toevertrouwd. De Dialogues bleven in honderden edities en vertalingen leesstof voor vele generaties. Sympathieker is Alkibiades in Shakespeares Timon 1608, waarin hij, om een hem aangedane onrechtvaardige behandeling te wreken en aangemoedigd door Timon, optrekt tegen Athene, maar in zijn vaderstad ten slotte mild optreedt. In de vroege romantiek zijn er gedichten van Hölderlin ca. 1797 en een toneelfragment van Lessing ca. 1760.

De beeldende kunst van de oudheid levert niet veel op ten aanzien van Alkibiades. De genoemde schildering in zijn huis is niet bewaard gebleven. Hadrianus zou op zijn reis door Griekenland een standbeeld op diens graf hebben laten oprichten. De met Alkibiades in verband gebrachte Griekse en Romeinse portretten (koppen, mozaïeken, reliëfs) zijn niet met zekerheid op hem terug te voeren. Kenmerkend voor hem zijn het lange haar en de afwezigheid van de bij strategen gebruikelijke baard.

In de beeldende kunst vanaf de renaissance is hij veelal met Sokrates afgebeeld, bijvoorbeeld in het fresco van Rafaël 1508-12 in de Stanza della Segnatura in het Vaticaan. Later zijn er doeken waarop Alkibiades, die zich overgeeft aan de omarmingen van hetaeren, door Sokrates wordt vermaand: Vincent 1776, Peyron ca. 1782, Kremser Schmidt 1786, Regnault 1791 en in de 19e eeuw o.a. Dusi. Alkibiades’ dood is voorgesteld door Chery en Réattu eind 18e eeuw. Feuerbach 1869 schildert hoe een benevelde Alkibiades door Agathon in zijn huis wordt genood, waar Sokrates geabsorbeerd wordt door de in Plato’s Symposion beschreven beschouwingen over de liefde.