Onderwijs
  • Home
  • Inloggen
  • Onderwijs
  • Over
  • Geschiedenis
  • Kiosk
  • Contact
  • Manifest

ENCYCLOPEDIE SINDS 1946

 

Synoniemen zoeken

Synoniem van rijden

  • autorijden
  • chaufferen
  • dokkeren
  • flitsen
  • gieren
  • gondelen
  • jagen
  • jakkeren
  • jassen
  • karren
  • koersen
  • koetsen
  • razen
  • rossen
  • scheuren
  • sjezen
  • slieren
  • slingeren
  • snorren
  • sporen
  • stevenen
  • sturen
  • toeren
  • vlammen
  • vonken
  • voortbewegen
Synoniem van 'n ander trefwoord
  • autorijden
  • chaufferen
  • karren
  • Betekenis van rijden
  • Spreekwoorden met rijden
  • rijden vervoegen
2019-10-24 2019-10-24
Groot Synoniemenwoordenboek

Groot Synoniemenwoordenboek

P.G.J. van Sterkenburg (1991)

rijden

rijden - heeft als onderwerp een persoon die zich per voertuig of rijdier verplaatst, dan wel het betrokken voertuig of rijdier. De werkwoorden karren (informele stijl) en arren hebben meestal een persoon als onderwerp; deze rijdt in het eerste geval per voertuig op wielen, in het tweede geval per arreslee. Tuffen verwijst naar autogebruik. Jakkeren, racen of (in informele stijl) pezen en sjezen geven aan dat een voertuig - of de daarin of daarop gezeten persoon - zich zeer gehaast of snel voortspoedt. Scheuren (informeel) veronderstelt een motorvoertuig, bromfiets en dergelijke als vervoermiddel. Rauzen, rossen of raggen is: woest scheuren. Een kar of rijtuig boldert, rijdt met dreunend of rammelend geluid. Hotsen heeft een voertuig of de inzittenden daarvan als onderwerp, en geeft aan dat men zich schokkend en stotend voortbeweegt. Ruiters galopperen, rijden in galop; voertuigen taxiën over de start- of landingsbaan. Op een bromfiets bromt men, op een fiets fietst, peddelt, kart, pedaalt of trapt men (alles informele stijl, behalve 'fietsen'). Wanneer men met een auto zo snel mogelijk rijdt, gebruiken we rijden met het gas op de plank of plankgas rijden. Kriskras rijden is crossen; dit woord gaat vergezeld van een plaatsbepaling met het achterzetsel 'door': 'het hele land door crossen'. Bij toeren is het tempo kalm; men rijdt tot vermaak of, om een stad of streek te bezichtigen.

Zie: verplaatsen, zich.

2020-03-21 2020-03-21
Synoniemen Handboek

Synoniemen Handboek

Jef Anthierens (1998)

Rijden

Gezegde(s):
• zich per as verplaatsen

2017-11-14 2017-11-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

rijden

rijden - onregelmatig werkwoord
uitspraak: rij-den

1. vooruit komen
♢ deze auto kan niet meer rijden
2. in een voertuig vervoeren
♢ kun jij mij naar huis rijden?
3. besturen van een auto
♢ ?

Onregelmatig werkwoord: rij-den
ik rij(d)
jij/u rijdt
hij/zij rijdt
wij/zij/jullie rijden
ik/jij/u/hij/zij reed
wij/zij/jullie reden
hij heeft gereden
de/het/een gereden ....
rijdend, rijdende

Synoniemen
autorijden, chaufferen

ENCYCLOPEDIE SINDS 1946

  • Home
  • Inloggen
  • Onderwijs
  • Over
  • Geschiedenis
  • Kiosk
  • Contact
  • Manifest
  • Word vriend
  • Woorden beginnend met
  • Synoniemen
  • Spreekwoorden
  • De of Het
  • Schrijvers
  • Afkorting
  • Vervoegen
© 2026 Ensie | Hosted by Rootnet

Inloggen

Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.

Toevoegen aan favorieten?

Favorieten

Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen:

  • Je eigen Ensie account
  • Direct toegang tot alle zoekresultaten
  • Volledige advertentievrije website
  • Gratis boek cadeau als welkomstgeschenk

Klik hier om vriend te worden