Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Gepubliceerd op 24-10-2019

Koekvergulden

betekenis & definitie

In de 18de en 19de eeuw hield men verguldavondjes. Jongeren kwamen → speculaas- of → taaitaaipoppen vergulden en versieren met bladgoud en penseel. Ze maakten de koek nat met het in water gedoopte penseel, deden er wat goud op en ‘drukten’ dat met de pluim van de staart van een haas of konijn aan. Het goud dat hierbij gebruikt werd, herinnert aan het goud dat Nicolaas aan drie meisjes schonk (→ Legende 11).

Nicolaas Beets beschrijft in Camera obscura een ‘gezellig’ verguldavondje. Het was een van de weinige gelegenheden dat jongeren elkaar konden ontmoeten. Omdat het later op de avond meestal uit de hand liep, zat er een volwassene bij die toezicht hield. Om gezondheidsredenen werd het koekvergulden later verboden. Dat dit verbod veel beroering gaf, blijkt uit een ‘Brief van Sint Nikolaas aan zijne Vrienden te Amsterdam’. Sint-Nicolaas is erg boos omdat hij een kindermoordenaar wordt genoemd vanwege het giftige koper in het verguldsel van de speculaaspoppen.

Omdat de mensen ook meer waarde hechten aan de kerstboom, besluit hij maar in Spanje te blijven. Jan → Schenkman was in 1852 de opsteller van de brief. Met gekleurd sitspapier, zilver- en goudpapier en ‘lijm’ gemaakt van poedersuiker met weinig water kunnen ook nu nog speculaaspoppen verguld worden.

Beets, 1839; Booy, 2000; De Groot, 1949; Van Wel, 1959.