vee van Laban, vee van de richel betekenis & definitie

mensen met een gemeen karakter; slecht volk; gespuis. Ontleend aan de geschiedenis van Laban (uit Genesis 24,29,31), wiens naam in de Bijbelse geschiedenis een ongunstige klank heeft. Hij was de broer van aartsvader Jakobs moeder Rebekka. Voor zijn schoonzoon Jakob was hij buitengewoon streng. Uit het bijbelboek Genesis blijkt dat hij een erg inhalig man en een bedrieger was. Daarom wordt zijn naam vaak gebruikt ter versterking van vee (dat hij in ruime mate bezat). In plaats van ‘geslacht van Laban’ is men gaan zeggen: vee (of tuig) van Laban. Bij richel zou men denken aan de balk of de plank in de koestal waarop het vee met de achterpoten staat. Voor andere mogelijke verklaringen zie: tuig van de richel.

Niet dringen, vee van Laban, anders blijf jelui d’r buiten. (Justus van Maurik, Toen ik nog jong was, 1901)

Ze schijnen nogal lastig te zijn geweest, want nog altijd noemt men in Amsterdam het minste soort van menschen, het ‘crapule’ of ‘valderappes’; vee van de richel. (De Groene Amsterdammer, 09/08/1914)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017