slijmjurk betekenis & definitie

vleier; mooiprater; vervelende vent. Het woord werd ontleend aan de soldatentaal. Mogelijk is dit de reden waarom het bij voorkeur op mannen slaat, al kan het ook zijn dat een typisch vrouwelijke eigenschap (althans in de visie van mannen), nl. het zeuren, hier benadrukt wordt door het kiezen van een vrouwelijk kledingstuk. Het woord suggereert dan ook dat we te maken hebben met een onmannelijke man. Vgl. verder nog het Duitse scheldwoord Schleimi. In de betekenis van ‘kwezelaar’ o.a. bij Maurits Dekker (Amsterdam bij gaslicht, 1949).

Nou, wat doe je, slijmjurk? (Willem van Iependaal, Lord Zeepsop, 1937)

Drikus is - om het in het hartige taaltje van mijn élèves te spreken - een ‘slijmjurk’, zo levenloos als de oppassende middelmatigheid maar zijn kan. (Piet Bakker, Ciske de rat, 1941)

Een kwezelaar noemde men een ‘slijmjurk’... (Maurits Dekkers, Amsterdam bij gaslicht, 1949)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017