Rammelaar betekenis & definitie

(meestal voorafgegaan door ouwe) babbelaar; kletskous. Rammelen betekende vroeger ‘in het wild praten’. Vandaar de slangterm rammelkast voor ‘mond’ (zie hiervoor De Cock, 1911). In Vlaanderen kent men de woorden rammelgat en rammelkont voor een praatgraag persoon, een kletsmajoor (vermeld door de Clerck).

Geil iemand. Rammelen is een oud woord voor ‘geslachtsgemeenschap hebben’. Het werd reeds opgetekend bij Kiliaen (1599).

In Vlaanderen wordt rammelaar gewestelijk nog gebruikt voor een mannetjesdier.

Maar dat wijf was zo’n ouwe rammelaar, dat ik gauw afknapte. Dat soort Franse wijven wil altijd aan de kut worden gelikt en daar had ik helemaal geen bestek in. (Haring Arie, Tweede Boek, 1969)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017